Thuiszorg kampt met imagoprobleem ,,Niet alleen het ziekenhuis is uitdagend”

0
7118

Er zijn grote tekorten aan zorgpersoneel, onder andere aan verpleegkundigen in de wijk, en aan VIG’ers. De redactie van Vrijheid in de Zorg sprak met wijkverpleegkundige Gerda van der Geer, over het imagoprobleem van het beroep wijkverpleegkundige en de ontwikkelingen in het vakgebied. ,,Mensen denken dat de wijk niet uitdagend zou zijn, maar het beroep is enorm dynamisch.”

Gerda werkt als wijkverpleegkundige bij WZUVeluwe, een zorgorganisatie die zowel intra- als extramurale zorg biedt. Ze begon in de jaren tachtig met het werken in de zorgsector. Haar eerste baan was ziekenverzorgster in een verpleeg- en reactiveringscentrum, daarna werkte zij in verpleeghuizen, ziekenhuizen, en een hospice. Door de jaren heen zijn verschillende opleidingen gevolgd en intussen heeft ze zich ontwikkeld tot wijkverpleegkundige niveau 6 (HBO).

Ze merkt dat wanneer zij studenten spreekt, dat het beroep van wijkverpleegkundige kampt met een imagoprobleem. Verpleegkundestudenten dromen van een carrière als ambulanceverpleegkundige, op de intensive care, kinderverpleegkundige of een van de andere uitdagende specialismen in het ziekenhuis. ,,Veel collega’s in ziekenhuizen en studenten denken dat er niks te doen is in de wijk, maar het beroep is juist enorm dynamisch. Het werken als wijkverpleegkundige moet bij je passen. Waar je in het ziekenhuis vier tot zes bedden tot je verantwoordelijkheid hebt op een dag en protocollen afwerkt, ligt de uitdaging in de wijk op een veel breder vlak.”

Dat wijkverpleegkundige niet zo’n goed imago heeft, komt ook door onbekendheid, denkt ze. Veel mensen hebben geen goed beeld van wat er allemaal bij komt kijken. ,,Je moet als wijkverpleegkundige naast cliëntcontact ook voor een deel ondernemer zijn, zelf contacten leggen en onderhouden met verschillende partijen, zoals de mantelzorgers, huisarts, paramedici, de plaatselijke gemeente en vrijwilligersorganisaties. Goed op de hoogte zijn van de wet en regelgeving voor de mogelijkheden van zorg thuis is van cruciaal belang. Daarnaast organiseer ik ook de klinische lessen als onderdeel van deskundigheidsbevordering in het team. Samen met de gemeente en andere zorgaanbieders in de gemeente onderzoeken we op dit moment waar behoeften van mantelzorgers liggen.”

Tekorten aan wijkverpleegkundigen

Ze ziet in haar omgeving ook dat er tekorten aan wijkverpleegkundigen zijn. ,,Ik ben de enige wijkverpleegkundige in ons team. Daarnaast zijn er 3 verpleegkundigen niveau 4 waarvan 1 de opleiding volgt tot HBO-verpleegkundige. De rest van het team bestaat voor het grootste deel uit VIG’ers.” De eisen die de overheid stelt aal de wijkverpleegkundige zijn sinds 2015 veranderd. Een wijkverpleegkundige moet minimaal HBO geschoold zijn en een cursus indiceren hebben gevolgd. ,,Dat zit nu ook bij de opleiding, vanwege die transitie. Ik heb daar een aparte cursus voor gedaan.”

Eén tot twee keer per week loopt ze zelf een route mee in de ochtend, zodat ze de cliënten blijf zien. Ze stuurt haar team aan en schrijft afdelingsbeleid. ,,Dat doe ik niet alleen maar samen met de verpleegkundigen in de wijk. Ik delegeer taken die nodig zijn voor een goede organisatie van zorg en houdt daarbij de regie en monitor voortdurend of de uitvoering van ingezette zorg bijstelling vereist. Ik ben meer met denkwerk bezig, een VIG’er is meer uitvoerend. Die zorg is in ons team gericht op een zo hoog haalbare eigen regie van de cliënt.”

Elke keer als het zorgplan wijzigt doordat de zorgvraag van een cliënt verandert, moet de wijkverpleegkundige dit wijzigen en tekenen omdat zij wettelijk de verantwoordelijkheid draagt voor de zorg.

Als wijkverpleegkundige is ze eindverantwoordelijk voor haar team en voor de patiënten, maar ook voor alle multidisciplinaire contacten. ,,Het organiseren van de vergaderingen, waarvoor weer de juiste kennis en kunde nodig is ten aanzien van de laatste ontwikkelingen om de zorg voor de thuiszorgcliënt zo te kunnen organiseren dat het voldoet aan de juiste kwaliteit.”

Dat zorgt soms voor druk. ,,Ik ben eindverantwoordelijk en moet mijn handtekening onder het zorgplan zetten. Het is fijner en beter om die druk te delen, dan dat je die alleen moet dragen. Daarom is het ook nodig dat er versterking komt van de collega in opleiding. Maar nog meer wijkverpleegkundigen zou geen luxe zijn in ons grote team.”

Onbekendheid

Wijkverpleegkundigen zijn nu en in de toekomst hard nodig, nu ouderen langer thuis wonen. Pas als het echt niet meer gaat, komen ze in aanmerking voor opname in een verpleeghuis. ,,Ik verzorg ook mensen met hoog-complexe zorgproblematiek. Mijn vermogen van klinisch redeneren op symptomen is dus van belang, naast analyseren wat nodig is om de zorg goed te organiseren. Daarvoor zijn juist ook in de wijk de juiste kennis, kunde, houding en vaardigheden nodig.”

Het  team moet kunnen signaleren of een situatie escaleert en een huisarts moet worden ingeschakeld. Dat voorkomt onnodige opnames in het ziekenhuis. Dat er zoveel druk op de SEH’s is, is ook een gevolg van het beleid dat ouderen langer thuis wonen. ,, Ik zeg altijd tegen verpleegkundigen in opleiding, dat de patiënten die in het ziekenhuis liggen, de patiënten zijn die wij thuis verplegen. Er is altijd het gevaar dat de situatie escaleert en dat er een opname moet plaatsvinden. Dat moeten wij monitoren. Daarom moeten wij in staat zijn om klinische te redeneren.”

Signalerend functie

Gerda is er voorstander van dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. ,,Maar het moet wel veilig zijn. Dat is niet alleen een verantwoordelijkheid van de oudere en het cliëntsysteem, maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als je in de wijk ziet dat iemand niet buitenkomt, kijk dan eens wat er aan de hand is of bel de wijkverpleegkundige. Dat moet ook groeien in Nederland, dat je op elkaar let. Onze taak is ook om bij een ‘niet-pluis gevoel’ met mensen in contact te komen en te kijken of er actie nodig is om de veiligheid thuis terug te brengen of te continueren.” Zo kan het bijvoorbeeld zijn, dat een cliënt die in zorg komt, de medicijnen jarenlang niet heeft ingenomen. ,,Dan gaan we als wijkverpleging in overleg met de huisarts. We maken er samen een plan op. Je stabiliseert samen de situatie, prachtig om te doen.”

Een onderdeel van haar vak, is ook om op tijd in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. ,,Wordt de kwaliteit wel voldoende bewaakt? Hoe gaan we om met snel veranderende wet- en regelgeving, zodat we geld te kunnen blijven binnenhalen van zorgkantoren en zorgverzekeraars? Er moet voldoende budget zijn om de zorg goed te kunnen regelen.” Scholing is daarbij voortdurend nodig.

Zelf gaat ze binnenkort een opleiding casemanagement mantelzorg volgen. ,,De overheid wil dat mantelzorgers meer betrokken worden bij de uitvoering van de zorg. Dat zorgt voor extra budget. Je moet dus goed op de hoogte zijn van hoe dat werkt, dat is heel erg leuk. Het werk van een wijkverpleegkundige is dus lang niet suf.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

51 − = 42