Burn-out in de zorg. Deel 1: zo herken je een burn-out

0
11236
burn-out

De zorg staat bekend als een sector waarin de werkdruk hoog is. Verpleegkundigen en verzorgenden die regelmatig extra diensten draaien vanwege personeelstekorten, zijn eerder regel dan uitzondering. Intussen lopen ze het risico om roofbouw op zichzelf te plegen. In deze serie onderzoeken we het verschijnsel burn-out onder zorgpersoneel. Deel 1: de signalen van een burn-out. 

Afgelopen zomer sloeg beroepsvereniging V&VN alarm. De helft van de verpleegkundigen en verzorgenden overweegt te stoppen met het werk, omdat de belasting te hoog zou zijn. Dat blijkt uit een enquête onder 750 werkenden in de zorg van de beroepsvereniging. Vaak is er sprake van structurele personeelstekorten in de organisatie en het gebeurt niet zelden dat vacatures zelfs langer dan een half jaar openstaan. Bijna 85 procent van de geënquêteerden zegt dat de werkdruk de afgelopen vijf jaar is toegenomen.

Elke van Hoof, klinisch psycholoog met specialisaties in de psychodiagnostiek, trauma, stress en burn-out behandelt meer dan vijftien jaar burn-out patiënten. Samen met drie vakgenoten schreef ze het boek ‘Burn-out in de zorg’. Hoe vaak komt het voor dat zorgverleners geveld worden door een burn-out? En: nog belangrijker, hoe kun je voorkomen dat het zo ver komt.

“Een recente studie toont aan dat bij meer dan vijfduizend verpleegkundigen en achtduizend artsen, veertien procent tot de risicogroep behoort. Dat zijn pittige cijfers”, zegt Van Hoof. De zorg behoort tot de sectoren waarin burn-out relatief vaak voorkomt. Uit een Europese studie blijkt bovendien dat 25 procent van de verpleegkundigen verschijnselen van uitputting vertoont. Dat is niet zonder gevaar. “Het risico op medische fouten, incidenten en accidenten wordt groter.”

Van Hoof denkt dat er twee belangrijke factoren zijn die een burn-out in de hand werken. Dat zijn de subjectieve werkbeleving, de manier waarop zorgmedewerkers hun werk ervaren. Een andere factor is autonomie: zelf de ruimte krijgen om te schuiven met taken. Als ze stricte procedures moeten opvolgen, weinig feedback van hun leidinggevende krijgen en dat al jarenlang en het gevoel te worden ondergewaardeerd door collega’s, kan dat leiden tot een burn-out.

Wat is een burn-out?
De burn-out, we horen er steeds meer over via de media. Komt het daadwerkelijk vaker voor in deze drukke en gejaagde maatschappij of is er eerder sprake van een modeverschijnsel, dat vanzelf weer zal verdwijnen? “Het is door allerlei campagnes bespreekbaar geworden en uit de taboesfeer gehaald. Maar je kunt niet zeggen dat er een stijging is, dat kun je wetenschappelijk gezien niet hard maken. We hebben gewoon onvoldoende cijfers en onvoldoende goede cijfers. Men is er wel meer alert op, instellingen hameren erop dat er aandacht voor moet zijn.”

Een burn-out komt voor in vrijwel alle beroepsgroepen en leeftijden. Zelfs bij studenten is het al lang geen uitzondering meer. “Je ziet dat het niet meer alleen voorkomt bij contactberoepen, zoals de brandweer en ambulancemedewerkers, maar dat het zich verspreidt over de hele populatie. Iedereen kan het krijgen”, zegt Van Hoof. “We hebben allemaal de nood om ons daartegen de wapenen.”

De burn-out komt niet voor in de DSM-V, het diagnosehandboek waarin alle psychiatrische stoornissen opgenomen zijn, maar is een beschrijving van een toestand. Een burn-out kan tegelijk met andere aandoeningen voorkomen, zoals depressie, wat het soms ook lastig maakt om het onderscheid te maken. Slaapproblemen bijvoorbeeld, kunnen zich zowel bij burn-out als bij depressie manifesteren.

Kenmerkend aan een burn-out is dat er sprake is van emotionele uitputting, demotivatie, cynisme en een gevoel van verminderde persoonlijke bekwaambaarheid. Deze elementen verdwijnen bovendien niet door voldoende rust te nemen.

De signalen die voorafgaan aan een burn-out
Hoe kun je de signalen van een burn-out herkennen en voorkomen dat het zo ver komt? Het proces kan enkele maanden tot een jaar in beslag nemen, dus voorkomen is beter dan genezen. “Wat je vaak ziet, is dat er een point of no return is”, zegt Elke van Hoof. ‘Toen was het gedaan, ten ging het mis. Ook ziet bijna niemand het aankomen.” Het is pas achteraf, dat werknemers bepaalde lichamelijke klachten of gedragingen als kenmerken van een burn-out aanduiden.

Sommige signalen zijn zichtbaar voor de omgeving. “Het gaat dan bijvoorbeeld om een bruuske verandering in de manier waarop iemand presteert: over- of onderpresteren”, zegt Elke Van Hoof. De werknemer heeft moeite om nieuwe informatie in zich op te nemen. Ook verandert het affect, de manier waarop iemand omgaat met emoties, relaties en interacties met anderen. De werknemer wordt kortaf tegen collega’s en doet minder behoefte om sociale contacten met andere mensen aan te gaan.

Een burn-out barst vaak onverwachts uit, maar toch zijn er signalen die een burn-out aankondigen. Het proces is al langere tijd aan de gang. In grote lijnen zijn er drie fases te onderscheiden.

De eerste fase is die van overbelasting, die zich kenmerkt door kortere periodes van ontspanning en het haast ongemerkt afbouwen van sociale relaties. Inslapen gaat moeizamer en de nachtrust raakt verstoord, met prikkelbaarheid als gevolg.  Geleidelijk aan gaat overbelasting over in overspanning, de tweede fase. De slaapproblemen verergeren en kunnen zelfs ontaarden in een slaapstoornis, waar gespecialiseerde hulp voor nodig is. Er treedt haast geen herstel meer op. Piekeren, huilbuien, somberheid, niet meer kunnen genieten, besluiteloosheid en concentratieproblemen spelen op. Ook is er een verminderd vertrouwen in de eigen competenties. De werknemer gaat maar door, tot tenslotte het licht uitgaat. Dus: trek aan de bel, voor het te laat is.

In deel 2: lopen zorgwedewerkers extra risico op een burn-out?

Wil je aan de slag om je veerkracht te vergroten?  Wil je meer weten over de eerste signalen en hoe je deze kan aanpakken? Lees dan “Eerste hulp bij stress en burnout” geschreven door Elke Van Hoof

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER

37 + = 42