Burn-out in de zorg (2) Lopen zorgmedewerkers extra risico op een burn-out?

0
8928

De werkdruk in de zorg is hoog, wat vooral komt door hoog oplopende personeelstekorten. Er is te weinig tijd om de patiënt de juiste zorg te bieden, is een veelgehoorde klacht. In het tweede deel van onze serie: Lopen zorgmedewerkers extra risico op een burn-out?

“Verpleegkundigen kiezen voor de zorg, omdat ze willen zorgen. Intussen is het een technische akte geworden. Er is geen tijd om aan patiënten te vragen: hoe gaat het met u? Het voelt alsof het zorg-medische aspect weg is. Dat is tegenstrijdig voor zorgmedewerkers. Wat ze aantrekt aan de job, dat zorgen, dat ervaren ze minder. Dat zorgt voor negatieve effecten van stress.”

Aan het woord is klinisch psycholoog Elke van Hoof. Ze heeft zich gespecialiseerd in psychodiagnostiek, trauma, stress en burn-out. ”Er zijn minder mogelijkheden om te herstellen van een burn-out, als er weinig momenten zijn om tussendoor te ontspannen, zodat lichaam en geest kunnen herstellen”, legt ze uit. “Het management probeert zo veel in te plannen, wat maakt dat zorgmedewerkers tussen twee patiënten geen ruimte hebben voor een babbeltje met een collega. Die momenten van recuperatie zijn weg.”

Of iemand een burn-out ontwikkelt, is afhankelijk van een combinatie van verschillende factoren. De persoonlijkheid van de werknemer, sfeer op de werkvloer, ondersteuning van de werkgevende, waardering van inspanningen en eventuele pesterijen die zich voordoen kunnen er allemaal aan bijdragen. Maar ook de mogelijkheid tot verdere doorgroei in de organisatie speelt een rol.

Automie

“Autonomie is een heel belangrijke factor, dat je zelf de ruimte krijgt om invulling te geven aan je taken. Dat is in de zorg soms ook een uitdaging” zegt Van Hoof. In de gezondheids- en welzijnssector is de autonomie betrekkelijk laag. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzoeksbureau TNO uit 2016 blijkt dat het aandeel werknemers dat aangeeft zelf het eigen werktempo te kunnen bepalen, 46 procent is. Dat is lager dan het landelijke gemiddelde van 57 procent. Ook zeggen werknemers minder vaak zelf beslissingen te kunnen nemen en de volgorde van hun werkzaamheden te kunnen bepalen.

Werknemers die kampen met een burn-out, ervaren al langere tijd stress. Stress is niet per se verkeerd, het kan juist een bepaald gevoel van voldoening geven. Zolang periodes van zich maar afwisselen met voldoende periodes van ontspanning, is er niets aan de hand. Als negatieve stress een lange tijd aanhoudt, dan kan het leiden tot overspanningen en uiteindelijk resulteren in een burn-out. Het begint met slaapproblemen, vermoeidheid, hoofdpijn en prikkelbaarheid. Sociaal gezien trek je je terug. Je spreekt minder af met vrienden en vermijdt familiecontacten zoveel mogelijk. Tekenen dat je op moet letten, de alarmlichten staan op rood.

Werken in de zorg kan erg stressvol zijn. Meer dan personeel in andere sectoren beklagen zorgmedewerkers zich over de hoeveelheid werk en het werktempo. Meer dan de helft van het personeel in ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsenpraktijken en de thuiszorg zegt ‘heel veel werk’ te moeten verzetten. 43 procent zegt vaak ‘erg snel’ te moeten werken en 35 procent moet vaak ‘extra hard’ werken. Wat ook meetelt in de beleving van de werkdruk, is de emotionele belasting, Die is bij zorgmedewerkers in de zorg en welzijn bovengemiddeld, staat in een rapport van het en onderzoeksbureau TNO. Meer dan een kwart van de zorgmedewerkers vindt dat het werk emotioneel veeleisend is, ruim twee keer zo vaak als gemiddeld.

Zijn zorgmedewerkers extra kwetsbaar voor een burn-out? “Dat wordt soms aangehaald in onderzoek, maar er zijn ook onderzoeken die dat niet kunnen aantonen”, zegt Van Hoof. Hoewel de burn-out wordt erkend als een typisch fenomeen van deze tijd, is er weinig cijfermateriaal over beschikbaar. Dat komt onder meer doordat er geen algemeen aanvaardbare diagnosemethodes of meetinstrumenten beschikbaar zijn om een burn-out vast te stellen.

Toch is er wel cijfermateriaal. Uit een studie die in 2012 in Vlaamse ziekenhuizen werd uitgevoerd onder 583 verpleegkundigen en artsen blijkt dat 6,6 procent van alle respondenten kampt met een burn-out, terwijl 13,5 procent tot de risicogroep behoort. Uit een Europese studie kwam naar voren dat 25 procent van de verpleegkundigen kampt met een burn-out.

Men kan echter niet op basis van deze cijfers concluderen dat zorgmedewerkers meer risico lopen. Of iemand een burn-out ontwikkelt, is afhankelijk van een samenspel van factoren. De persoonlijkheid van de werknemer speelt een belangrijke rol. “Persoonlijke factoren kunnen beschermend of kwetsbaar zijn”, legt Van Hoof uit.

Perfectionisme, betrokkenheid, jezelf goed kunnen identificeren met de ander en introversie kunnen het risico op een burn-out verhogen. “Maar het kan ook een beschermende factor zijn. Dat hangt af van de context. De relatie tussen het individu en de context is belangrijker.” Zo kan een introvert persoon prima gedijen in een werkomgeving met rustige collega’s die niet zo op de voorgrond treden, terwijl hij ondersneeuwt in een commercieel bedrijf waar het enkel gaat om targets halen en opkomen voor je eigen belangen.

De onderzoekers Geuens & Franck toonden in een onderzoek uit 2015 aan dat verpleegkundigen met een relatief stabiele persoonlijkheid die echter gevoelig waren voor negatieve emoties, en deze emoties in sociale situaties probeerden te onderdrukken om afwijzing te voorkomen, vijf keer zoveel kans hebben om burn-outsymptomen te voorkomen. In een ander onderzoek uit 2015 komt naar voren dat karaktertrekken als openheid en neurotcisme vaker voorkomen met symptomen van een burn-out. Andere onderzoekers stelden hetzelfde vast. Vooral angstige mensen hebben last van neuroticisme. Ze hebben de neiging om op bepaalde gebeurtenissen te reageren met een negatieve emotie, zoals angst. Hoewel openheid, het openstaan voor nieuwe ervaringen, vaak positief wordt geduid, brengt het ook risico op emotionele uitputting met zich mee, juist doordat mensen voortdurend bereid zijn voortdurend om een nieuwe koers te varen.

In het volgende deel: hoe kun je herstellen van een burn-out?

Bronnen: Boek ‘Burn-out in de zorg’, CBS.

Geschreven door Hendriëlle

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER