Eva heeft het dodelijke euthanasiedrankje al in huis

0
9007

Eva heeft het dodelijke euthanasiedrankje al in huis “De datum stel ik steeds uit”

Eva* (59) lijdt aan een dissociatieve stoornis, als gevolg van trauma’s uit haar jeugd. Ze krijgt hulp van stichting De Einder bij de voorbereidingen van haar zelfeuthanasie. De formele euthanasieprocedure duurt haar te lang. Bovendien denkt ze dat ze afgewezen wordt. Het gif heeft ze al in huis. “Ik wil dat het leven anders wordt, draaglijker. Ik denk dat niemand echt dood wil.”

“De flesjes liggen in de kast te wachten. Ze komen uit Mexico. Via een consulent van stichting De Einder, met wie ik nu vier jaar contact heb, kwam ik aan het adres. Ze gaan daar niet over één nacht ijs, er gingen meerdere gesprekken aan vooraf. De handelingen moest ik zelf uitvoeren. Ik moest een e-mail sturen in het Engels en daarin bepaalde woorden gebruiken, zodat ze wisten dat het bonafide was. Al snel kreeg ik een mail terug. ‘Goede reis’, wenste de afzender mij. Vol spanning wachtte ik af. Stel dat ze onderschept zouden worden door de douane. Maar het liep gesmeerd. Ik kon ze ophalen in een straatje verderop, bij een soort handelaar. Dat was best eng, ik was bang om betrapt te worden en durfde het doosje haast niet open te maken. Het kostte me wel wat: ik heb er zeshonderd euro voor betaald. Tegenwoordig leveren ze alleen nog poeder, hoorde ik. Die kun je makkelijker het land in smokkelen. Je kunt het zo ergens tussen stoppen.

Dat ik de flesjes in huis heb, geeft mij rust. Voor de zekerheid neem ik ze alle twee, om te voorkomen dat het mislukt en dat ik te vroeg gevonden word. Dat is wel eens gebeurd, vertelde de consulent mij. Die vrouw werd naar het ziekenhuis gebracht. Ze had overgewicht, haar lichaam had meer nodig. Zo’n horrorverhaal: ik moet er niet aan denken dat het mij overkomt. Ze adviseerde om alvast op bed te gaan zitten als ik het drankje inneem. Het gaat heel snel: je kunt meteen weg zijn. Maar het kan ook langer duren. De smaak is heel bitter: je kunt het beste een groot stuk chocola opeten, direct erna. Als dat nog lukt.

Ik denk niet dat ik het drankje impulsief zou innemen, want ik wil mijn dood heel zorgvuldig en weloverwogen voorbereiden. Ik heb het al precies uitgedacht: hoe mijn begrafenis eruit moet zien, de muziek uitgekozen. Ik wil niet in huis sterven, want ik ben bang dat de buren mij vinden. Zij keuren zelfmoord af. Toen Joost Zwagerman overleden was, heb ik daar met de onderbuurvrouw over gesproken. Zij kon zich niet voorstellen dat iemand zoiets zou doen. Waarschijnlijk ga ik een hotelkamer boeken. Ik heb liever dat vreemden mij vinden, dan bijvoorbeeld de buren of mijn vriend. Een plek waar ik graag ben, is het vakantiehuisje in een dorp verderop. Maar ook daar zou ik het niet willen doen. Het is zo’n gedoe als de huisarts daar een eind voor moet reizen.

“Ze  strompelen door het leven, maar proberen er toch iets van te maken.”

Ik ben altijd sterk gericht op andere mensen. Ik kijk naar wat zij willen en vergeet mezelf. Zo ben ik een buddy van verslaafden die zijn afgekickt. Elke ochtend steek ik twee kaarsjes aan voor mensen die in net zo’n situatie als ik zitten. Ik heb hen leren kennen via internet. Ze strompelen door het leven, maar proberen er toch iets van te maken. Dat proberen we allemaal.

Al vaak heb ik tegen mijn vriend gezegd ‘Zoek maar iemand anders.’ Ik ben niet in staat om hem te geven wat in een relatie belangrijk is. Ik kan me aan niemand hechten en kan niet echt contact maken. Gevoelens ervaar ik nauwelijks, niet bij mezelf en niet in contact met anderen. Toch heeft hij mij nooit in de steek willen laten, net als een paar goede vrienden. Voor hen ben ik belangrijk, zij hebben mij nog nodig. Dat is een van de redenen waarom ik voorlopig geen einde aan mijn leven maak.

Dat ik me niet kan hechten, is eigenlijk een soort mechanisme om mij te beschermen. Dat is al ontstaan in mijn vroege jeugd. Toen ik vijf jaar oud was, stierf mijn moeder aan kanker. Dat was toen een enorm taboe, er werd niet over gesproken. Mijn vader stortte zich op zijn werk en kon niet voor mij zorgen. Mijn broer en zus gingen zo snel mogelijk het huis uit, ik bleef achter. We verhuisden toen ik acht was. Later hertrouwde mijn vader met een directrice van een huishoudschool. Met haar klikte het absoluut niet en verschillende huishoudelijke hulpen namen het huishouden over.

Door de scheiding van mijn moeder, maar vooral door de onveiligheid daarna, kreeg ik al heel jong psychische problemen. Ik at niet meer, durfde niet meer te slikken en was heel angstig. Toen ik vijftien jaar oud was, wilde ik dood. De huisarts verwees me door naar een kinderpsychiater. Dat is toen mijn redding geweest.

Dissociatieve stoornis

Op mijn zeventiende ging ik het huis uit. Ik begon aan verschillende opleidingen, zoals kleuterleidster en ziekenverzorgster. De theorie ging goed, maar in de praktijk kwam ik mezelf tegen. Ik kon niet goed contact maken met de kinderen. Toen ik 26 jaar was, ben ik voor het eerst opgenomen. Later kwam aan het licht dat ik een dissociatieve stoornis heb, als gevolg van de trauma’s. Na drie jaar opname mocht ik weer naar huis, maar dat ging helemaal niet goed. Ik was ontzettend angstig. Het is heel lastig om uit te leggen wat ik voel, maar ik  had het gevoel dat ik helemaal niet bestond. Boodschappen en koken deed ik op de automatische piloot, verder kwam ik nergens aan toe.

Pas rond mijn 38e ging het wat beter. Ik begon met het slikken van antidepressiva. Daar heb ik me lange tijd tegen verzet, maar uiteindelijk ging ik overstag. Ik knapte ervan op: voor het eerst ging ik op vakantie en kon helderder denken. Ik kan me redden, maar een gewoon leven zal ik nooit krijgen. Drie ochtenden per week werk ik in een lijstenmakerij van een psychiatrische instelling. Ik doe het werk al twintig jaar. Glas snijden, lijsten uithakken, dat soort werkzaamheden. We maken lijsten voor posters, schilderijen of afschuwelijke borduurwerkjes die mensen meebrengen. In de lijstenmakerij voelde ik me thuis, ik had er een plekje. Dat is nu anders. De laatste tijd zijn er veel veranderingen geweest. Zo kwamen er nieuwe leidinggevenden. Ik heb daar moeite mee, want ik heb structuur nodig. Het is nu mijn veilige plek niet meer.

Suïcidaal

De afgelopen jaren is mijn sociale netwerk ontzettend uitgedund. Ik heb veel crisissen doorgemaakt: steeds werd ik opgenomen in een psychiatrische kliniek. Op een gegeven moment haken mensen dan af. Ze begrepen niet dat ik suïcidaal was. Ze wilden mij helpen en voelden zich machteloos.

Ik heb al verschillende datums gepland waarop ik een eind aan mijn leven zou maken, maar steeds stel ik het uit. Ik had zelfs afscheid genomen van vrienden en familie. Zelfs ik was emotioneel, terwijl ik normaal niets voel. ‘Zie je wel, je wilt niet dood’, zeiden vrienden. En dat klopt. Ik wil uit de situatie, uit dat leven. Ik wil dat het anders wordt, draaglijker. Ik denk dat niemand echt dood wil.

Het hele proces van loslaten had ik al doorlopen. Maar een paar dagen voor de geplande datum werd ik opgenomen in een kliniek. Dat was verwarrend. Wat had die opname voor zin, vroeg ik me af. Ze stoppen je vol met medicijnen, maar luisteren niet echt. Mijn doodswens is geen onderwerp van gesprek in de psychiatrische instelling. Het wordt genegeerd. Mijn psycholoog weet van mijn plannen en het contact met De Einder, maar vraagt er nooit naar. ‘Zoek afleiding’, dat soort clichés krijg je vaak te horen. Ze wilden me zelfs niet opnemen toen ik suïcidaal was, omdat er een wachtlijst was. ‘Als jullie me nu niet opnemen, spring ik van de flat’ riep ik door de telefoon. Dezelfde middag kon ik er terecht.

Samen met de consulent van De Einder heb ik me verdiept in euthanasie. Een vriendin van mij heeft een aanvraag ingediend omdat ze manisch-depressief is, maar die werd afgewezen. Psychisch lijden is niet te meten, dat maakt het zo lastig. Mijn psychische stoornis is niet zichtbaar van de buitenkant. Ik ken mensen die onder de medicijnen zitten en dwang vertonen, dat is bij mij niet zo. Daarom denk ik dat ik weinig kans maak. De procedure duurt lang, ik wil daar ook niet op wachten.

Nu kan ik zelf bepalen wanneer ik uit het leven wil stappen. De antidepressiva houden me voorlopig nog op de been, net als de gewone dagelijks dingen. Ik hecht aan structuur. Op vaste tijden eten, mijn huis op orde houden. Soms ga ik met vriendinnen naar de film of maak een wandeling.  Ik zorg er steeds voor dat ik iets te doen heb. Mijn grootste houvast is de lijstenmakerij. Als die weg zou gaan, ga ik ook. Andere dagbestedingen zijn ook al wegbezuinigd, zoals de pottenbakkerij. Als mijn vriend overlijdt, zou ik ook gaan, denk ik. Nee, dat weet ik zeker. Ik leef nu nog voor mijn vriend. Eerst ook voor die vriendin die ik ruim dertig jaar kende, maar zij is weggevallen.

Met de consulent van De Einder heb ik nu één keer per jaar contact. In het begin spraken we elkaar vaker, maar toen mijn vriend hartproblemen kreeg, is mijn doodswens meer op de achtergrond geraakt. Ik kwam in een soort flow: opeens moest ik van alles regelen. Tijdens zo’n afspraak bespreek ik met haar hoe het gaat en praten we over mijn doodswens. Hoe sterk die aanwezig is, bijvoorbeeld.

Ik geloof niet zo in dat zelfmoordpoeder, dat onlangs in het nieuws was. Als het al lukt met dat spul, is het vast een nare dood, met ondraaglijke hoofdpijnen. Ik wil dat niemand erbij is,  als ik het drankje inneem. Anders wordt het te gecompliceerd: diegene mag geen vingerafdrukken achterlaten op het flesje, want dan is hij strafbaar. Hulp bij zelfdoding is namelijk verboden.

Het mooiste zou zijn als ik mijn doodswens gewoon met mijn familie kon bespreken. Ze proberen mij waarschijnlijk toch over te halen, met clichés als ‘Geef jezelf een kans’. Maar het is mijn verantwoordelijkheid, ik kies hiervoor en ben degene die het doet. Ik heb het al zo vreselijk lang volgehouden.”

De Einder

Stichting De Einder is een organisatie die mensen met een doodswens helpt en advies geeft. De organisatie verstrekt, na een aantal gesprekken met een consulent, een betrouwbaar adres waar de cliënt het dodelijke middel pentobarbital kan bestellen.

Zelfeuthanasie

Zelfeuthanasie is een vorm van humane zelfdoding. Het biedt een uitweg aan mensen die een doodswens hebben, maar niet voor euthanasie in aanmerking komen. De term is bedacht door  ouderenpsychiater Boudewijn Chabot. In zijn boek ‘Uitweg: een waardig levenseinde in eigen hand’ noemt Chabot drie categorieën mensen voor wie de route van zelfeuthanasie een uitkomst kan zijn: mensen die lijden aan een lichamelijk ernstige ziekte, mensen die psychisch ernstig ziek zijn en mensen die hun leven als voltooid beschouwen. Zelfeuthanasie is in veel gevallen een alternatief voor artseneuthanasie: de patiënt gaat zelf op de stoel van de dokter zitten.

*De naam Eva is vanwege privacyredenen gefingeerd. De echte naam is bij de redactie bekend.

Geschreven door Hendriëlle

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER