Werkdruk in de wijkverpleegkunde “We waren maar met acht mensen en hadden enorm veel cliënten”

0
4033
werkdruk

De werkdruk van de wijkverpleegkundigen is toegenomen. Cliënten blijven langer thuis wonen, terwijl er grote personeelstekorten zijn. VIG’er Kim kreeg een burn-out, als gevolg van de hoge werkdruk en de negatieve sfeer in het team. “We waren maar met acht mensen en hadden enorm veel cliënten. Het was moeilijk om toch de zorg rond te krijgen en in het weekend stonden veel extra diensten open.”

Dat de werkdruk in de wijkverpleegkunde toeneemt, heeft verschillende oorzaken. De levensverwachting neemt toe, mensen blijven langer thuis wonen. Tegelijk zijn de indicatie-eisen voor verzorg- en verpleeghuizen aangescherpt. Mensen blijven langer thuis wonen en hebben zorg aan huis nodig, bijvoorbeeld bij het wassen, aankleden en medische handelingen als wondzorg. Ongeveer 420.000 mensen krijgen wijkverpleging.

Er is een tekort aan verpleegkundigen in onder andere de wijkverpleegkunde en verpleeghuizen. Daarbij speelt ook nog de factor dat weinig jongeren kiezen voor een carrière in de wijkzorg, omdat het ziekenhuis ze meer trekt.  Door de vergrijzing, het toenemend aantal mensen dat thuiszorg nodig heeft en het tekort aan wijkverpleegkundigen, komt er meer druk op het personeel te liggen. Die werkdruk kan ten koste gaan van de kwaliteit van zorg, maar kan ook voor klachten als overspannenheid en een burn-out zorgen.

Vermoeidheid en concentratieproblemen

VIG’er Kim is begin maart thuis komen te zitten met een burn-out.  “Of ik kan zeggen dat ik honderd procent hersteld ben, weet ik eigenlijk nog niet. Je merkt dat je sneller moe bent, prikkelbaar en dat je goed je best moet doen om in balans te blijven.”

Ze werkt als verzorgende IG’er in de thuiszorg en heeft anderhalf jaar doorgelopen met burn-out gerelateerde klachten. “Dat is een lange tijd”, blikt ze terug. “Vermoeidheid, veel slapen, veel moeite doen om te ontsnappen, prikkelbaarheid, met name naar de kinderen toe. Om het minste of geringste schiet je uit je schot. Ook kampte ik met concentratieproblemen. Als cliënten tegen mij praten, kon ik het wel even volgen, maar daarna daalden mijn gedachten alweer af. Wat hebben ze gezegd? Ik weet het niet.”

Zelfsturende teams in wijken

Dat waren de eerste signalen, achteraf. Maar er waren ook ontwikkelingen in de organisatie, waar de teams niet voldoende op waren voorbereid. De wijkzorgteams werden zelfsturend. “Sindsdien moet je meer productie draaien, iedereen kreeg extra taken erbij. Een klein team, waarin je de avond- ochtend – en weekenddiensten moest oplossen. We waren maar met acht mensen en hadden enorm veel cliënten. Het was moeilijk om toch de zorg rond te krijgen en in het weekend stonden veel extra diensten open.”

Vaak zijn het dezelfde mensen die zeggen ‘ik doe het wel, zichzelf wegcijferend’, zegt Kim. Zelf was ze ook zo iemand. “Ik was iemand die altijd zegt: ja, prima, ik doe het wel, om niet het schuldgevoel te krijgen dat mensen een vreemde krijgen of iemand van een uitzendbureau.” Ze had een contract van 24 uur, maar in de praktijk kwam dat neer op dertig tot achtendertig uur. “In de zorg is dat best heel veel, vooral in combinatie met kleine kinderen. Als je een late dienst hebt gehad én kleine kinderen die om zes uur wakker zijn, gaat dat je echt opbreken. Dat was echt een pittige uitdaging.”

Burn-out klachten, zoals spanning, prikkelbaarheid en concentratieproblemen

Ze kreeg klachten zoals spanning, prikkelbaarheid en concentratieproblemen, die achteraf de voorbode waren van een burn-out. “Maar op een gegeven moment zit je zo in die flow, dat je maar doorgaat. Tot je lichaam ineens stopt. Ik trilde bij de mensen, als ik ze insuline in moest spuiten. Ik ging elke keer twijfelen, of ik wel de juiste hoeveelheid had afgemeten. Bij mij is het de druppel geweest dat ik bij een cliënt stond en spontaan begon te hyperventileren. Ik dacht: dit is echt niet goed. Ik moet echt stoppen. Het is niet verantwoord om iemand trillend een insulinespuit te injecteren.”

Angstcultuur

Op veel support van haar collega’s hoefde ze niet te rekenen. In het team heerste een angstcultuur, vertelt ze. “Ik durfde mij niet ziek te melden.” Er waren nog twee collega’s die zich ziek melden. “Na drie weken moest ik weer aan het werk. De bedrijfsarts zei: mensen met een burn-out horen in de maatschappij, ze moeten thuiszitten. Maar je bent zo lang doorgegaan, dat je helemaal leeg bent. Dat ze dan toch verwachten dat je na een paar weken weer aan de slag gaat, was een klap in mijn gezicht.”

In maart meldde ze zich ziek, maar in juni was ze alweer aan de slag. “Maar ik heb het besluit genomen om mijn contract te verlagen. Ze bleven mij pushen om zo veel mogelijk uren te draaien, maar ik bleef volhouden dat ik het niet kon. Ik heb mijn contract naar achttien uur laten verlagen: dat haalt toch druk van de ketel af.” Nu ze deze beslissing heeft genomen, gaat het aan de betere hand. “Als ik naar een feestje ben geweest, kan ik wel voelen dat ik minder kan hebben dan voorheen.”

Mindfulness

Ze heeft veel baat gehad bij een cursus mindfulness, waar ze op eigen initiatief aan deelgenomen heeft. Ze voelt zich daardoor psychisch sterker, wat bijdraagt aan haar genezingsproces. Mediteren, wandelen en hardlopen heeft haar ook geholpen om er bovenop te komen. “Je hebt weinig energie en wit het liefst slapen. Maar het is ook goed om in de spiegel te kijken: het is zoals het is. Je zit nu in een hele donkere tunnel, maar als je maar aan het einde het licht blijft zien.”

Ondanks de nare periode die ze heeft doorgemaakt, heeft ze er ook levenslessen uit getrokken. “Ik heb er veel van geleerd. Ik geef duidelijk mijn grenzen aan en dat helpt om mij beter te voelen. Als mij gevraagd wordt om iets extra’s te doen, ga ik eerst kijken: kan ik dat wel?”

Geschreven door Hendriëlle

LAAT EEN REACTIE ACHTER