Kindzorg in een veilige haven

2
1842

De deur gaat open. Ik kijk naar het gezicht van een mooie, sterke, maar zichtbaar vermoeide moeder. Ik stel me voor en loop met haar mee naar binnen. Vanuit het hoekje van de kamer voel ik de doordringende blik van een schuchtere 4 jarige prinses. Ik roep zo luchtig mogelijk: “Hallo!”, en kijk voorzichtig naar haar vanaf een grote afstand.

Haar snelle, hoge ademhaling en grote pupillen verraden angst. Geen ongewone reactie. Vanuit de overdracht heb ik namelijk begrepen dat ze al veel vervelende dingen heeft moeten doorstaan. Ze is flink ziek geweest en heeft weken in het ziekenhuis doorgebracht. Nu is ze dan eindelijk thuis, maar nog niet helemaal beter waardoor er zorg thuis wenselijk is.

Afstand

Onderzoekend kijkt ze naar me. Haar lichaamstaal laat zien dat afstand gewenst is.
Ik voel dat ik behoedzaam te werk moet gaan en maak complimenten over haar prachtige roze nagels. Langzaam breekt het ijs… Dan komt het moment waarop het de prinses duidelijk wordt dat ik haar kasteel niet kom betreden voor een beleefdheidsbezoek. Nee, ook ik kom bij haar “iets vervelends doen” en dat nog wel in haar veilige haven!

Ik ga op mijn knieën voor haar zitten, om op gelijke ooghoogte te komen en pak voorzichtig haar fijngebouwde hand. Dan kijkt ze heel diep in mijn ogen, haar handje voelt koel en klammig. Ze voelt dat ik kom voor hulp, maar haar angst neemt het van haar over.

Ik leg haar rustig uit wat de bedoeling is van mijn bezoek. Met opwellende tranen in haar mooie ronde ogen neemt ze plaats op de schoot van haar vader. Ik vraag of ze er klaar voor is. Zwijgend knikt ze, een traan rolt stil over haar wang.

Dan sluit ze haar ogen en verstart. Gevolgd door luid protest. Haar ouders ondersteunen haar liefdevol en vormen samen met hun dochter een sterke drie eenheid van gedeelde smart. Een fijne en wenselijke steun voor hun dochter, maar ook een moeilijke opgave.

Weg

Alles is snel achter de rug. Prinsesje keert mij onmiddellijk, genadeloos de rug toe. Ze wil weg… ze wil mij weg… Bij mijn vertrek geeft ze mij onverwacht een korte blik en, toch, een kleine lach. Als ze er zeker van is dat ik echt vertrek, zwaait ze uitgelaten naar me. Zichtbaar opgelucht dat ik niet van plan was om te blijven.

Daarna kom ik elke week terug en ik merk dat het vertrouwen van het prinsesje naar mij, groeit. Elke week opnieuw bewandel ik het dunne koordje van vertrouwen met voorzichtigheid. Het protest blijft, maar steeds minder hevig en minder lang. Ze weet wat er gaat komen en dat het weer voorbij gaat, maar dat maakt de handeling niet minder onprettig.

Langzaam maar zeker verandert er iets tussen ons. De korte glimlach aan het einde van het eerste bezoek, maakt bij een later bezoek plaats voor een “boks”, gevolgd door een “ highfive”. Dit alles voorzien van een schaterende lach.

Bij het afgelopen bezoek is er zelfs ruimte om samen met mij een kort verhaaltje te lezen. Haar zachte vriendelijke vrolijke ogen ontmoeten de mijne. Het verhaal is klaar, het boek kan dicht voor vandaag.

Tijd om te gaan

Tijd om te gaan… Ze zwaait uitgelaten naar me, met de wetenschap dat ik weer terug kom, maar niet van plan ben om te blijven… In haar veilige haven.

Bovenstaande wijze van werken is precies wat mij zo aantrekt in het werken met kinderen. Ze ondergaan altijd dapper een behandeling. Ze voelen intuïtief dat de pijn en angst, die zij moeten doorstaan, op dat moment nodig is voor hun welzijn, ook al snappen ze niet tot in detail hoe de vork in de steel zit. Ze laten de controle bij hun ouders/verzorgers en bij de zorgverleners en hebben vertrouwen dat het goed komt met hen.

Daarom vind ik het belangrijk om een vertrouwensbinding met hen op te bouwen en te onderhouden en in een stadium van opknappen, ook af te bouwen. Uiteindelijk maakt dit de behandeling voor het kind minder angstig en vervelend en helpt ook mee in het verwerken van een ziekteperiode. Herkenbaar?

 

Geschreven door Peggy Boetzkes.
Zij is kinderverpleegkundige bij ZuidZorg.
Zij schrijft over ervaringen.

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER