Ambulanceverpleegkundige Hanna: “Jammer dat het beroep zo wordt uitgehold”

1
8791

Ambulanceverpleegkundigen uit de grote steden zijn in actie gekomen, omdat ze de werkdruk te hoog vinden. Hanna Bonnes werkt al tien jaar op de ambulance en vertelt waarom ze de acties niet zou steunen, wat de werkdruk zo hoog maakt en waarom veel ambulancemedewerkers gefrustreerd zijn.

Hanna Bonnes werkt al 37 jaar als verpleegkundige en heeft een groot aantal jaren op de spoedeisende hulp gewerkt en de hartbewaking. “Nu ben ik al in mijn tiende jaar bezig op de ambulance. Het is zo ontzettend mooi werk. Je moet houden van vindingrijk zijn, onconventionele oplossingen zoeken, verantwoordelijkheid dragen. We doen eigenlijk artsenhandelingen: je neemt besluiten die je in een ziekenhuis niet neemt. Ik ben altijd geïnteresseerd in hun verhaal, in wie ze zijn. Vaak delen mensen hun ziel en zaligheid met je, als ze op de brandcard liggen. Dat vind ik uitermate boeiend. Ik probeer er altijd een once in a life time experience van te maken.”

Als ze vertelt dat ze als ambulanceverpleegkundige werkt, hebben mensen daar vaak veel respect voor. Ze vinden het een eervol beroep. Het beeld is dat van een heroïsche verpleegkundige, die een constante staat van paraatheid staat om in actie te komen en levens te redden. Toch komt dat beeld niet overeen met de werkelijkheid. “Het zijn vaak niet de grote klappers, maar de besteld vervoerritjes. Het grootste deel van de dag ben ik bezig met mensen ergens heen brengen of vanuit het ziekenhuis naar huis.” Het  gaat dan bijvoorbeeld om terminale patiënten, die naar huis gaan om in hun eigen omgeving te sterven.

Onzinritten

Vorig jaar was in het nieuws dat veel ambulances te laat komen. Ze halen de aanrijtijden niet als het om spoedritten gaat. “Aanrijtijden zijn heilig, dat begrijp ik wel. Maar die haal je never nooit niet als er zoveel factoren zijn die die beïnvloeden. We zijn ervan overtuigd dat dat door de rigide uitvraagsystemen komt. Iemand hoeft maar te roepen dat hij benauwd is, of er komt meteen een spoedwagen aan. Vroeger was de centralist veel vrijer om een beslissing te nemen. We hebben onze buik er wel vol van. Hoe kun je het zo ondervangen, dat we niet meer gaan rijden voor die onzinritten? Kuitkramp, keelontsteking, zelfs iemand die een nachtmerrie heeft gehad. Echt dingen waarvan je denkt: moet hier nu een ambu op gaan rijden? Het eind is zoek.“

De frustratie loopt volgens Hanna vooral op in de grote steden, waar de werkdruk hoog is en personeelstekorten zijn. “Het komt ook voor dat mensen te lang wachten op het ziekenhuis en zoiets hebben van: nou gaat het niet meer, dan bel ik wel een ambu. Dan moeten wij gaan bellen, en blijkt dat er al een heel traject loopt. Tegenwoordig is er veel veranderd. Mensen zijn niet meer zelfredzaam en willen 24/7 gehoord worden, om de meest imbeciele dingen. Ze hebben geen eigen vervoer, hun kinderen wonen ver weg. En wie mag het oplossen? Mensen staan soms letterlijk met hun jas en koffer klaar, tot de ambulance ze komt halen.”

Minder zelfredzaam en ander uitvraagsysteem

Mensen zijn minder zelfredzaam, ze verwachten dat er altijd hulp voor hen klaar staat en pakken sneller de telefoon om het alarmnummer te bellen. Ook is er een ander uitvraagsysteem gekomen, waardoor de centralist geen vrijheid heeft om zelf de beslissing te nemen of er een ambulance moet komen. Een ander probleem is dat thuiswonende ouderen steeds vaker in het ziekenhuis terechtkomen. Dit is niet alleen een gevolg van de vergrijzing, maar ook van het beleid dat mensen steeds langer zelfstandig thuis moeten wonen. “Wat we zien bij mensen thuis, is om van te huilen. Mensen met dementie worden eindeloos lang thuisgehouden omdat het wel kan, tot ze vallen en een heup breken en dan alsnog dood gaan. Van alle kanten wordt er op de thuiszorg beknibbeld.” Ook de beloofde ‘psycholances’,  om psychiatrische patiënten te vervoeren naar instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, komen niet van de grond. “We staan soms rustig 2,5 uur met een psychiatrische patiënt te leuren. Dan bel je met inrichtingen en word je van het kastje naar de muur gestuurd.’

Acties ambulancemedewerkers

Maandag voerden ambulancemedewerkers van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Hollands-midden zogenaamde stiptheidsacties, vanwege de te hoge werkdruk.  Ze hielden zich strikt aan de regelgeving en verrichten bepaalde werkzaamheden niet meer die hun werkdruk verhogen, zoals formulieren invullen. Ook hielden ze zich stipt aan de werk- en rusttijdenwet volgens de Arbeidstijdenwetgeving en eisten pauzes.

Hanna is sceptisch over de acties. “Ik wil nu een kwartier pauze om mijn boterham te eten: denk je nu echt dat iemand hier wakker van gaat liggen? Ik vind het totaal niet efficiënt. Als je werkelijk actie wilt voeren en een statement wilt maken, moet je niet je gaan houden aan de maximumsnelheid en pauzes. Ben je gek, dan moet je het doen zoals in Engeland een tijdje geleden is gebeurd: bam, we rijden niet meer. Toen heeft het leger het opgelost. Wil je echt efficiënt actievoeren, dan moet je dat met alle ambulancediensten doen.”

Ze verwacht dat zo’n massale actie in Nederland niet snel op gang zou komen. “De werkdruk en de personeelstekorten worden met name ervaren in de Randstad. Mensen uit Groningen, die twee of drie ritjes per dienst rijden, hebben geen baat bij het gedoe. Die zijn hartstikke tevreden, en dat is ook begrijpelijk. Maar zo krijg je het landelijk nooit van de grond.” Wat ook meespeelt, is dat veel ambulancemedewerkers als uitzendkracht werken. Ze zetten niet snel hun baan op het spel om in actie te komen. “Je hebt ook bepaalde belangen. Als je ontslagen wordt, wie betaalt je hypotheek en boodschappen dan?”

Hoge werkdruk op de ambulance

Zelf heeft Hanna 5,5 jaar in vaste dienst gewerkt als ambulance medewerker. “Maar ik kon de werkdruk niet meer aan. Als ik eindelijk vrij was, was ik total loss. Het komt heel vaak voor dat je nog moet overwerken. En was ik eindelijk vrij, dan moest ik in het huis nog aan de gang.” Nu ze voor een uitzendbureau werkt, kan ze wisselen tussen diensten in de steden en op rustigere plekken. “Steeds meer mensen doen dat.” Als ze in de stad een dienst rijdt, doet ze gemiddeld acht tot negen ritten. “Je rijdt continu, en dan is er nog het heen en weer rijden tussen posten.” Ze maakt soms gruwelijke dingen mee. “Het is de bedoeling dat je daarna kunt resetten, bijvoorbeeld door er met collega’s over te praten, maar daar wordt niet altijd rekening mee gehouden. Als je net een moeilijke casus hebt gedraaid, zoals een reanimatie, staat er weer een rit op en je kan weer door. Ook dat geeft frustratie: dat je niet de tijd krijgt om iets te verwerken, want de volgende rit wacht alweer.’

Als het gaat om het beroep van ambulanceverpleegkundige, zou er wel een betere salariëring tegenover mogen staan, vindt Hanna. “Een verpleegkundige die op de SEH werkt, verdient meer, terwijl wij ook met een enorme verantwoordelijkheid te maken hebben. De CAO is al jarenlang niet passend.” Ze zou ervoor kunnen kiezen om de ambulance te verruilen voor de spoedeisende hulp, maar piekert er niet over. “Ik vind het ambulancewerk hartstikke leuk en doe er alles aan om op de ambu te blijven.”

Ze denkt dat dat voor veel van haar collega’s geldt. “De mensen die met hun hart voor het vak kiezen, de echte ambulancemensen, willen het verschil maken en echt iets voor de ander betekenen. Het is ook heel bijzonder: je mag mensen in al hun ellende en ontluistering en ellende gaan helpen. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Het is ontzettend jammer dat het zo wordt uitgehold.”

Geschreven door Hendriëlle

1 REACTIE

  1. Geloof me,in Groningen, Friesland en Drenthe is het precies zo! Net zo druk, net zoveel werkdruk en net zo veel onzin waar de ambu gillend voor uitrukt! En de huisartsen schuiven maar af!

LAAT EEN REACTIE ACHTER