Jenny

0
1299

Het leven kreeg voor jou een nieuwe wending toen jij in de serviceflats ging wonen. Rond de zestig was je, Jenny. Je ziekte had duidelijk zijn sporen nagelaten, dat kon ik merken aan jouw uitstraling, aan je houding en in de leegte van je ogen waar pijn schuilde. Het ging een zoektocht worden naar jouw verhaal, het ontbrak aan woorden, niets meegekregen. Soms is het beter om niets te weten en van daaruit verder te bouwen… In al jouw stiltes begon ik te zoeken. Evident was het zeker niet. Jij sloot mij buiten, ik was een indringer. Jij probeerde het zo veilig mogelijk te maken door alles te weren wat je kon kwetsen en hoe jij het zag, was dat de volledige mensheid… Drie keer in de week kwam ik langs, belde ik aan en wachtte tot jij de deur opendeed. Na een korte begroeting sukkelde jij weer moeizaam terug in je zetel en keek verder naar de zoveelste natuurdocumentaire. Dit zag je graag: dieren of de prachtig uitgestrekte landschappen. Ik voelde dat dit niet makkelijk zou zijn maar ergens had ik hoop, want jij sloot mij niet overal buiten: je liet mij toe in het verzorgen van jou. Je hebt nooit geweigerd dat ik je mocht wassen of je grijze lange haren terug in de vertrouwde staart borstelen, je liet mij toe in het eten maken. Je liet mij toe in de procedure die was opgestart omtrent euthanasie, je liet mij toe in het naast jou zitten. Alleen liet je mij niet toe in jouw verhaal, onze gesprekken gaf jij op nog voor ze begonnen waren. Het duurde weken voor je besloot om mij binnen te laten in jouw eigen ik.

Het was door je zus dat ik je beter leerde kennen. Iedere week probeerde ze je trouw te bezoeken. Ze liet haar bezorgdheid duidelijk blijken aan mij, de angst om jou te zien aftakelen, de angst dat jij naar het woon-zorgcentrum zou moeten gaan, de angst om het verbitteren en het niet toelaten van anderen. De tranen in de ogen als ze de deur achter zich dichttrok toen jij haar voor de zoveelste keer afweerde in het gezelschap. Het enige wat ik toen kon doen buiten het luisteren, was een toenadering naar jou zoeken. Je sloot ook andere bewoners buiten. Als je door de gangen liep, met gebogen rug, hield je je blik op de grond en negeerde de begroeting van anderen.

Je kreeg een uitnodiging voor een kaas en wijnavond, waar jij alleen naartoe zou gaan als ik met je meeging. En eindelijk had ik de opening, waar ik weken op wachtte, gevonden. En ook al was het tegen de gangbare procedure om na de uren met bewoners mee te gaan… toen even niet. Het was op die avond, bij wat kaas en wijn dat je voor het eerst praatte tegen andere bewoners. Het was de eerste avond dat ik jou verzorgde en deze niet in een stilte verliep… Jij sprak en vertelde. Je sprak over het gemis in het leven, over een goed bewaard familiegeheim waar je zus geen weet van had, het zich niet goed genoeg voelen en foute keuzes maken, over jouw pijn op alle gebieden, over je procedure van jouw euthanasieaanvraag die zo moeizaam liep, over de donkere dagen en het niet meer kunnen slapen, maar ook over een passie voor het schrijven die jij met mij deelde.

In de weken die volgden liet jij mij toe in je verhaal. Ik merkte bij mezelf dat ik heel dicht kwam waardoor het loslaten moeilijker zou worden. Ik zag hoe je relatie met je zus groeide, je verraste haar met bloemen, het bracht een rust over jullie beide. Als je door de gangen liep, was je rug recht, je blik omhoog.

De euthanasieaanvraag is niet op tijd gekomen, het was niet voorzien dat het einde van je leven eerst zou komen. We hebben geen afscheid kunnen nemen. Het gevoel dat ik toen voelde bij het aanbellen en jouw deur gesloten bleef… Ik bereidde mij voor bij het binnengaan, het zou pijn doen, dat wist ik. Ik zag je zitten in de wel bekende zetel, de zoveelste natuurdocumentaire stond op. Slaap wel Jenny….

Ik heb het toen gevoeld, de pijn, het verdriet. Hoeveel overlijdens je ook tegenkomt, hoeveel keer je ook meegaat in het verdriet, hoeveel keer je ook door een rouwproces gaat, ik neem altijd kleine stukjes mee in mijn eigen leven. Gewoon omdat ik heb gegeven en ik echt wil blijven.

Nog één keer heb ik je zus teruggezien. Ze had zeker verdriet maar ze wist dat jij dit zo graag wenste, dat jij al zolang hoopte om rustig te gaan. Ze was dankbaar dat jullie naar elkaar toegroeiden op het einde. Nooit had ik mij kunnen inbeelden hoe jij buiten gedragen zou worden toen men jou ophaalde, onder goedkeurend oog van je zus. Verderop in de zaal vierden andere bewoners net op dat moment een verjaardag. Je hoorde het lied voor een jarige “lang zal ze leven..” Jouw zus zag mijn blik van ongeloof? Kon dit nu echt, op dit moment? Ze gaf met haar blik aan dat het goed was. Dankbaar het leven vieren dat er nog is. Leven en dood staan zo dicht bij elkaar. Het is mij bijgebleven. Als zij hier geen probleem van maakte, het net symbolisch vond, waarom zou ik dat dan doen? Zorg dragen is je eigen ik even vergeten en voortgaan op de ander zijn ritme. Dat is de schoonheid van de zorg.

An

*I.v.m. privacy is Jenny een fictieve naam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER