Krakelingen

0
833

Vanuit Nijmegen kwam een terminale zorgvraag. Mevrouw had keelkanker met uitzaaiingen.

Ik stapte in mijn auto voor het intake gesprek. Nadat ik aanbelde, duurde het even voordat de echtgenoot open deed. De deur zat op slot en hij moest even de sleutels pakken. De man zei mij: “Deze deur gebruiken wij nooit; iedereen loopt altijd achterom”. Mevrouw lag in een bed voor het raam. Ze had een maagsonde. In de kamer stond ook een grote doos sondevoeding die net was bezorgd. De echtgenoot vertelde mij dat hij zelf zijn vrouw wilde verzorgen. Ook het geven van de sondevoeding deed hij zelf. Het werd me al snel duidelijk dat zij het niet zo hadden op “vreemden” en ik vroeg of het goed was als ik in de ochtend even langs wipte om te kijken of alles goed was. Dat vond het echtpaar goed.

Enkele dagen later bleek de sonde verstopt te zitten en mocht ik helpen dit op te lossen. De echtgenoot vertelde mij dat hij de zorg voor zijn vrouw goed aankon.
Met het verstrijken van de dagen voelde ik minder weerstand. Mevrouw gaf aan pijn aan haar stuit te hebben. Bij inspectie bleek haar stuit flink ontveld. Het echtpaar vond het goed dat ik samen met een collega de ochtendzorg ging doen en de wond zou verzorgen.
Zachtjes aan ontstond er meer vertrouwen. Mevrouw rookte nog stiekem. Alsof iemand haar dat nog in deze fase zou verbieden. Maar ja, de spuitbus met dennengeur werd vrolijk gehanteerd.

Mevrouw verzamelde Mariabeeldjes. Zij zou zo een museum kunnen beginnen. Wij lachten erom. Zij vertelde mij hoe belangrijk het geloof voor haar was.
Naarmate het slechter ging met mevrouw kwamen mijn collega en ik wat vaker. Het echtpaar dat aanvankelijk niets van de zorg moest hebben vond het nu fijn dat wij kwamen. De echtgenoot had zelfs krakelingen voor mij gehaald, omdat hij wist dat ik die koekjes zo lekker vond.

Omdat de pijn steeds intenser werd, besloot de huisarts een pijnpompje voor te schrijven. Mevrouw kreeg die avond in het bijzijn van haar kinderen het sacrament der zieken. Toen ik later op de avond bij haar was pakte zij mijn hand en vroeg of ik bij haar wilde blijven. Dat deed ik en mevrouw raakte in een diepe slaap. Twee dagen later overleed zij.
Toen mijn collega en ik de zorg evalueerden moesten wij beiden bekennen dat het de laatste dagen zwaar was geweest. Maar het was fijn mevrouw te verzorgen en de echtgenoot en kinderen te ondersteunen.

Weken later kwam ik de echtgenoot tegen in het dorp. Hij zei: “Je mag wel langskomen hoor! Ik heb namelijk nog steeds krakelingen voor jou liggen”!

Door Marion – Zorgvlogger Breederzorg Thuiszorg

LAAT EEN REACTIE ACHTER