Psychose

0
2792
studentenhuis

Anderen helpen is ook durven aangeven waar je grens ligt in het kunnen, eerlijk en oprecht zijn tegenover jezelf.

Jouw zoon begeleidde je naar een tijdelijke kamer op het kortverblijf. Het was zijn stem die de gang vulde toen hij mij begroette.

“Dag zuster, had ik jou gisteren aan de lijn?”

“Nee meneer,..”

“Dan leg ik het je even uit; ik kom mijn moeder brengen. Zodat ik met mijn vrouw even op adem kan komen. Dat is toch begrijpelijk, hé zuster?”

“Natuurlijk meneer, daarvoor zijn wij er toch, even opvangen als het niet meer gaat.”

“Precies, Over twee weken ben ik er weer. Wij gaan een tripje maken, even ontspannen, je kent dat wel hé zusterke. Het is te lang geleden dat wij dit nog hebben gedaan, er eens eventjes tussenuit. Vrouwlief heeft aan de alarmbel getrokken. Haar boodschap was duidelijk; “dit gaat niet meer,”… alles draaide om moeder. Begrijp mij niet verkeerd zusterke, wij zorgen graag voor haar. Maar je mag elkaar niet uit het oog verliezen en we worden er ook niet jonger op, het is gedaan voor je het weet. Ik zeg dat tegen iedereen; geniet van je leven! Dat doe jij toch ook hé, zusterke.”

“Zeker, meneer.”

“Goed, want dat is heel belangrijk. Een tijdje geleden na een opname in het ziekenhuis is mijn moeder ook naar hier gekomen. Maar jou heb ik hier toen niet gezien. Ben jij nieuw?”

“Dat is juist meneer.”

“Ik dacht het al, jullie hebben toch moeders dossier? die ga jij toch lezen?”

“Ja meneer. Maar graag hoor ik het ook van jou. Heb je even tijd om iets meer te vertellen over je moeder?”

“Zeker zusterke, het zit zo; mijn moeder ziet er best goed uit en is nog niet zo oud. Het is alleen sinds vaders dood,… er is iets aangewakkerd, eigenlijk is het er altijd geweest maar het sliep. Begrijp je zusterke? En toen heel plots,… boem! Daar was het, wat ben ik toen verschoten. De dokter heeft het een naam gegeven… een psychose. Kijk zusterke, ik ben toch een grote man, maar toen, geloof mij, ik was bang. Dat was mijn moeder niet meer! Ik weet niet wat het was, maar mijn moeder was het zeker niet!”

“En komt dat vaak voor meneer?”

“Nee zusterke. Al een geluk stel je eens voor, zij woont bij ons in. Ik zou nogal schrik hebben. Haar medicatie is nu afgestemd. Het is wel fijn dat ik haar verhaal mag vertellen ik heb het niet zo voor die papieren. Als mijn moeder hier verblijft maak ik mij nooit zorgen het is hier goed.”

“Dat is altijd fijn om te horen meneer.”
Bij de kennismaking kon je merken dat de familie het beste voor had, haar kleren lagen netjes opgevouwen in de kast een toiletzak goed gevuld, een intens afscheid volgde tussen moeder en zoon. Ik zag hoe mevrouw tijdens ons gesprek haar handtas in- en uitlaadde, zij spreidde de inhoud uit op haar bed. Iedere keer in dezelfde volgorde, alleen de paternoster hield ze even iets langer vast dan de rest.

Het was op de tweede dag tegen het avondeten dat mijn gevoel iets opmerkte. Op dat ogenblik verbleven er vier bewoners die allemaal zelfstandig aan tafel kwamen. Alleen jij kwam niet. Ik klopte op je deur en zag hoe jij van de deur naar het raam liep en terug. Ondertussen hoorde ik je mompelen, net luid genoeg om de woorden te horen. “Ik ben iets kwijt” alles wat in je handtas zat lag verspreid op je bed. Een rommeltje was het in je kledingkasten die open stonden, weer hoorde ik je mompelen; “Ik ben iets kwijt.”

“Wat bent u dan kwijt mevrouw?”

Plots bleef jij staan. Het waren je ogen, als ware konden deze dwars door mij heen kijken, ogen waar ik geen vat op kreeg, geen enkel gevoel kon ik thuisbrengen in wat ik zag; het was een leegte. Beter kan ik het niet beschrijven. Lang duurde het niet voor je weer verder ging van de ene naar de andere kant “ik ben iets kwijt.” Ik probeerde je aan tafel te krijgen, alleen zag jij of hoorde je mij niet. Het baarde mij zorgen. Jij was in de kamer maar langs de ander kant ook weer niet. Jouw deur bleef altijd op dezelfde kier openstaan en achter deze deur, net uit het zicht daar was jij. Snel werd het duidelijk dat dit voor jou en de anderen geen veilig omgeving meer was en dat dit een gespecialiseerde zorg vereiste.

Het was accepteren dat onze zorg van het kortverblijf voor jou niet voldoende zou zijn. Na overleg met de zoon en de arts is er contact opgenomen voor een opname in de psychiatrie. Aangeslagen hoorde ik de volgende dag dat er gewoon geen plaats was, en jij nog steeds in dezelfde kamer verbleef waarvan de deur nog steeds op dezelfde kier stond. Hoorde ik je mompelen “ik ben iets kwijt.. “ Later op de avond ging ik nog even bij je kijken en ik zag hoe jij uitgeput op het bed lag, hoe jouw handen de paternostert omklemde; hoe lang was jij al niet wakker?

Een opluchting dat was het toen jij tegen het einde van de week de juiste zorgen kreeg.
Nog even ben je teruggekomen naar het kortverblijf, om zelf tot rust te komen en aan te sterken. Graag wilde ik het weten of jij nog iets wist van dit alles, heel open was je hierover maar veel herinneringen waren er niet,… alleen buiten dat ene zinnetje dat je terug herhaalde,…

“Zuster, ik ben iets kwijt.”

“Mevrouw, wat bent u dan kwijt?”

“Zuster, dat weet ik niet, want ik ben het kwijt.”

Geschreven door An De Bock.

LAAT EEN REACTIE ACHTER