Stages in de zorg: “Hoge werkdruk en weinig ruimte om te leren”

0
9092

Stage lopen, het is iets waar veel studenten naar uitkijken. In de praktijk ervaren hoe het is om verpleegkundige of verzorgende te zijn in een ziekenhuis, zorginstelling of in de eigen thuissituatie bij mensen. Maar is er door de hoge werkdruk wel voldoende gelegenheid om stagiaires goed te begeleiden? Of worden ze vooral als goedkope krachten ingezet? We onderzoeken het in de tweedelige serie over stages. In deel 1: het verhaal van Vera.

Vera stuurt een verslag van 11 pagina’s toe, waarin ze nauwkeurig beschrijft op welke manier haar stage op de cardiologie-afdeling van een ziekenhuis na achttien weken abrupt is geëindigd, op 16 januari van dit jaar. Over het waarom tast ze nog altijd in het duister, tot haar eigen frustratie.

Haar stage leek goed te gaan. Tot ze op een dag te horen kreeg dat er een gesprek zou volgen met haar stagebegeleider Ilse en de teamleider. “Dat gaf mij een raar onderbuikgevoel. Ze wilden niet vertellen wat het onderwerp van het gesprek zou zijn. Ik gaf aan dat ik geen enkel gesprek zou aangaan, zonder dat ik mij hierop had voorbereid. Toen gaf Ilse mij een antwoord waar ik niet op had gerekend: “Je komt nu mee, want ik heb je stage gestopt en je instellingsdocent is het ermee eens.”

Haar stage bleek die dag ervoor ‘per direct’ gestopt te zijn. Toen ze vroeg naar het waarom, was het antwoord ‘op veel punten’. “Ik kreeg te horen dat ik de kwaliteit van zorg voor de patiënten verwaarloos, dat de patiënten klagen, ik ze in gevaar heb gebracht en hun veiligheid niet kan waarborgen.” Na lang aandringen gaven ze haar concrete voorbeelden, die volgens Vera nooit een reden kunnen zijn om een stage te beëindigen. Het eerste voorbeeld betrof een patiënt die op een dag voor ICD implantatie moest gaan en dezelfde dag na de ingreep op de zij lag waar de ICD geïmplanteerd was.

Als feedback kreeg ze dat ze de patiënt niet op haar zij had moeten laten liggen. “Dat had ik haar ook geadviseerd. Maar ik had te maken met een eigenwijze patiënt. Als zij het advies van de verpleging opvolgt, kun je daar zelf niets aan doen, behalve een notitie maken voor de volgende dienst. Dat is geen reden om mijn stage te beëindigen, omdat ik zelf op de hoogte was van het protocol dat ze op de rug moest liggen.”

Het tweede voorbeeld ging om dezelfde patiënt, die voor ICD transplantatie ging. “Ze had volgens het protocol vier uur bedrust, ik dacht dat ze drie uur bedrust had.” Ze hielp volgens het protocol de vrouw om overeind te komen en naar het toilet te gaan. “Dat was geen levensgevaarlijke situatie. Ik heb het openlijk benoemd en gezegd dat ik er beter op zou letten. Een leermoment, maar opnieuw: geen reden mijn stage te beëindigen.”

Het derde voorbeeld ging over het feit dat een patiënt te laat aan de dopamine en Lasix IV was gezet (om beter te kunnen plassen) en dat zij daarvoor verantwoordelijk was. “Ik mag zelf geen medicatie geven, omdat ik de medicatietoets nog niet heb behaald”, zegt ze daarover. Ze gaf dat aan Ilse aan, maar kreeg later op haar kop omdat de patiënt uiteindelijk te laat haar medicatie kreeg. Na de opsomming van de voorbeelden, moest Vera haar spullen pakken. Met een verdoofd gevoel reed ze terug naar huis.

“Het was twee weken voor de eindbeoordeling. Ik was klaar met mijn opdrachten en voorbereid op de eindbeoordeling. Ik voelde mij gebruikt als goedkope hulpkracht”, blikt ze terug. “Als ik inderdaad de kwaliteit van de zorg zou hebben verwaarloosd en de veiligheid van patiënten niet kon waarborgen, waarom zou je daar achttien weken mee wachten tot je een stagiaire aanspreekt? Ik vind dat schokkend. Dat zegt iets over de manier waarop de afdeling zelf de kwaliteit van zorg en de patiëntenveiligheid waarborgt en deze verantwoordelijkheid in de schonen van de stagiair schuift.”

Geen enkele opdracht is afgetekend door haar werkbegeleiders, al heeft ze aan de competenties gewerkt en zijn ze van feedback voorzien. “Ik was drie weken voor de beoordeling al klaar met mijn opdrachten. Ik heb van elke dienst een reflectie gemaakt, feedback gevraagd en ontvangen. Ik had mijn 360 graden feedbackformulieren voor mijn eindbeoordeling ontvangen, waarin ik voor alle punten een voldoende had”, zegt ze.

Ze vindt het belangrijk om met haar verhaal naar buiten te treden. “Er wordt niet op de juiste manier met leerlingen omgegaan, zowel vanuit de kant van school als vanuit de stage- instelling. Er heerst een hoge werkdruk, je krijgt geen verplichte schooluren van de afdeling. Het is mij ook nooit verteld dat je ingeroosterd kon worden op de afdeling, om te werken aan je opdrachten, in plaats van voor patiënten te zorgen. Ook staat een stagiaire niet boventallig op de afdeling, maar wordt meegerekend in de ploeg.”

Ze vindt dat er weinig ruimte is om te leren. “Begeleiders zeggen: ‘Je hoeft niet alles te weten, je bent hier om te leren’, maar achter je rug informeren ze gelijk het teamhoofd of maken ze je zwart bij de praktijkopleider”, zegt ze. “Er heerst een angstcultuur onder stagiaires. Je mag niet voor jezelf opkomen. Je bent er om te leren, maar je moet wel alles weten en mag geen fouten maken. Maak je een foutje, dan is het gedaan met je.”
Op steun van de school hoeft ze niet te rekenen. “De school staat achter de stagebegeleiders. Omdat het professionals zijn, worden ze direct op hun woord geloofd. De stagiaire mag geen weerwoord hebben of voor zichzelf opkomen.”

Ze vindt het belangrijk dat professionals ook reflecteren op de manier waarop zij stagiaires begeleiden. “Staan professionals soms boven de wet? Zijn ze perfect en kunnen zij nooit fouten maken? Als professional zou je de feedback van je leerling moeten accepteren en hier professioneel mee om moeten gaan door hierop te reflecteren, want als professional ben je je leven lang lerende en ben je jaar in jaar uit ervaring aan het opbouwen over hoe je bepaalde dingen anders had moeten aanpakken. De eigen fouten worden nooit erkend, hoe klein die ook zijn.”

Dat ze haar stage niet heeft gehaald, betekent dat ze het jaar moet overdoen en opnieuw tweeduizend euro collegegeld moet betalen. Ook emotioneel gezien heeft het impact. ‘‘De gebeurtenissen op stage kan ik niet loslaten. ’s Nachts lig ik ervan wakker en heb nachtmerries. Al dat opgekropte onrecht, wat ik tijdens mijn stage gewoon heb ingeslikt op mijn begeleiders te vriend te houden, bezorgt mij hoofdpijn. Ik betrap mezelf erop dat ik blijf piekeren, omdat er geen meldpunt is waar stagiaires naartoe kunnen gaan om ‘aangifte’ te doen en voor hun rechten op te komen.”

Geschreven door Hendriëlle

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER