Als wachten zo lang duren moet

0
1949

Haar lichaam is zo moe. En de verwachtingen zijn niet goed. Soms vraag ik mij dan af… hoezo niet goed. Er is toch een keer een leeftijd bereikt dat het genoeg is. Wanneer je lichaam niet meer wil, je hoofd niet altijd meer zo helder is mag je dan niet sterven gaan?

Ik loop gelijk bij het begin van mijn dienst bij haar naar binnen. Er zit bezoek. Haar grote familie omringt haar met liefde en haar man zit wat te suffen in de stoel naast haar bed. Ze slaat haar ogen op en ik zie dat er herkenning is. “Ben jij er weer?” zijn haar eerste woorden. Ik pak haar hand en wrijf haar even over haar voorhoofd. “Ja” zeg ik. “En u bent er ook nog zie ik.”

Ze slaat haar ogen weer dicht en mompelt iets. Ik kan haar niet goed verstaan en vraag haar het nog een keer te herhalen. “Ik ben zo moe, hoe lang moet ik nog wachten? Mag ik wel gaan?’ Ik kijk opzij naar haar dochter en die knikt mij toe. “U mag gaan wanneer u wilt, als het niet meer gaat is het tijd om los te laten.” Haar ogen gaan open en ze zoekt naar mijn hand die ik inmiddels al weer had losgelaten. “Hoe dan?” vraagt ze aan mij. Dit antwoord moet ik haar schuldig blijven. “Ik kan niet meer voor u doen dan samen met u wachten en in die tussentijd zo goed mogelijk voor u blijven zorgen.”

Haar ogen vallen weer dicht om vervolgens snel weer te openen. “Kijk, opa is er ook” en ze wijst naar haar man. “U bent omringt door allemaal lieve mensen”, zeg ik en ik druk een kusje op haar voorhoofd. Ik laat haar nog wat drinken en beloof straks terug te komen.

De familie drukt op de bel en vragen mij te komen wanneer ze weg willen gaan. Mw. is angstig en dat is niet prettig weggaan voor hen.

Ik stel haar gerust en beloof even bij haar te blijven zodat ze niet alleen is. Nog een laatste kus voor nu van haar familie en dan zijn we met ons tweeën. Dit duurt niet lang, weer vliegt de deur open en het volgende bezoek staat voor haar klaar. Ook wanneer deze weer vertrekken word ik er weer bij geroepen ter afleiding. Weer zoekt ze mijn hand en kijkt mij droevig aan. “Ik ben zo moe, ik kan niet meer.”

Ik streel haar hand en geef haar kusjes op haar wang. Samen zitten we even zwijgend bij elkaar. Rust komt er in haar kamer, rust ook in haar hoofd. We overleggen dat het misschien goed is om even te gaan slapen. Even geen bezoek. Ze vertelt zo vreselijk blij te zijn met bezoek maar soms is het te veel. Ik draai haar deur op slot en plak een briefje op haar deur dat even slapen voor haar haar nu goed zal doen.

Na een uurtje open ik zachtjes haar deur. Ik zit stilletjes even bij haar wanneer opeens haar ogen weer open gaan. Een mooie glimlach krijg ik van haar en ze vraagt om iets te drinken. “Je bent mij dierbaar” zegt ze dan plotseling. Ik kus haar voorhoofd en zeg: “Sommige mensen kunnen we niet missen maar moeten we loslaten en daarvan bent u er één.”  “Het wachten duur zo lang maar ik ben wel klaar” zegt ze opeens.

Ze is een gelovige dame en ik lees haar een stukje uit haar Bijbel voor. Haar ogen vallen weer dicht. Ik hoop zo vreselijk dat ze niet zo heel erg lang meer hoeft te wachten op het moment dat haar ogen voor altijd dicht zullen vallen.

Geschreven door Jacquelien

LAAT EEN REACTIE ACHTER