Overbelaste mantelzorgers: “Hoe mantelzorg kapotmaakt wat je lief is”

1
3763

Jolanda Zuydgeest schreef het boek ‘Een gouden gezin: hoe mantelzorg kapot maakt wat je lief is’. Ze weet hoe het is om een overbelaste mantelzorger te zijn. “Mantelzorg, het klinkt mooi, maar als je er niets mee te maken hebt, denk je: het zal wel. Mijn moeder van 88 jaar woonde zelfstandig, met mijn vrijgezelle broer. We hadden er weinig omkijken naar. Toen mijn moeder ouder werd en zorg nodig had, kon mijn broer dat opvangen, tot hij zelf ernstig ziek werd. Het scenario werd zelfs zo dat wij ons afvroegen: wat doen we met mijn moeder, als mijn broer overlijdt?” vertelt Jolanda.

Ook onderling liep het niet goed tussen de acht broers en zussen van Jolanda. “Mijn moeder voelde dat aan. De zonen zijn zakelijker, de dochters toch wat gevoeliger. Mijn moeder probeerde er een einde aan te maken, zodat ze niemand meer tot last zou zijn.” De schrik zat er bij iedereen goed in. Ze moesten er als kinderen voor zorgen dat er dag en nacht iemand bij haar was. “We moesten een rooster maken, we moesten 24 uur bij haar zijn. Op een gegeven moment krijg je daar spanningen door. Je hebt geen idee hoe lang het gaat duren. Ik ben de jongste en had ook mijn eigen gezin en werk. Op een gegeven moment kreeg ik weer een telefoontje dat ze op de keukenvloer lag. Tijdens een dagje ziekenhuis werd ze dan weer opgeknapt en naar huis gestuurd. Mijn oudste zus heeft de messen uit de keukenla gehaald uit voorzorg. Dan slaap je helemaal niet meer als je daar bent. Zij heeft gezegd: dit gaat niet langer meer.”

Zo kwam hun moeder terecht in een crisisopvang, en via de crisisopvang kwam ze uiteindelijk terecht in een verpleeghuis, ver van het huis waar ze al die jaren had gewoond. Weg uit haar vertrouwde omgeving. “Ze was daar diep en diep ongelukkig. We maakten een rooster met elke dag bezoek. In die vijftien maanden dat ze er zat, heeft ze maar twee dagen geen bezoek gehad. Maar het lukte ons niet meer om haar gelukkig te zien. Je bent er 24/7 mee bezig”, vertelt Jolanda. “Door dat gedoe en die verplichtingen, is er ook ruzie ontstaan. Daardoor is het gezin van negen kinderen uiteengevallen.” Haar moeder was depressief, maar kwam op een afdeling met dementerende ouderen terecht. “De laatste twee jaar zijn erg zwaar geweest”, blikt Jolanda terug. “Op een gegeven moment hadden we twee roosters, ook voor de vrijgezelle broer die in het ziekenhuis kwam voor negen weken.”

Achteraf had het anders gekund met de mantelzorg, denkt ze. “Er wordt maar van jou verwacht dat je het gaat regelen. Achteraf denk ik: hadden we maar meer begeleiding gehad. Ineens ben je mantelzorger. Ik heb dit boek geschreven en merk dat mensen die het lezen, het vaak een eyeopener vinden. Ik heb als ondertitel ‘hoe mantelzorg kapotmaakt wat je lief is’. Vrijwillige mantelzorg is heel anders, maar wij moesten er gewoon zijn. Als kind weet je niet wat er van je wordt verwacht. Wat wij gemist hebben, is begeleiding van een onafhankelijk iemand. Welke gradatie hulp heeft ze nodig? Als wij geweten hadden hoe lang het had geduurd, had dat meer duidelijkheid gegeven.” Ze blijft de gang van zaken rondom verpleeghuizen ook raar vinden. “Nergens was plek voor mijn moeder. Ouderen moeten net zo lang thuis blijven tot het echt niet meer gaat. Het had geholpen als ze ergens in haar vertrouwde omgeving zat. Als ze gaat wandelen, komt ze niet in een bekend gebied. Dat helpt ook niet.” Mensen herkennen zich in haar boek. “Dat geeft wel aan dat er bij mantelzorgers iets te halen valt.”

DELEN

1 REACTIE

  1. wat mijn ervaring is, dat er alleen naar de patient wordt gekeken en niet naar de mantelzorger(s). op een gegeven moment sta je gewoon met je rug tegen de muur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER