Warme melk

0
3686

Aan het einde van de avonddienst is een patiënt opgenomen met koorts. Op zich is koorts niet meteen een rede van opname, maar in dit geval wel. Mevrouw heeft namelijk net weer een chemokuur gehad en is dus heel kwetsbaar. En gezien de drukke bezetting in het hele ziekenhuis, komt mevrouw bij ons op de afdeling.

Halverwege de nacht loop ik een rondje over de afdeling. Ik ga alle patiëntenkamers in, waar ik die nacht voor zorg en kijk of iedereen ligt te slapen. Mevrouw wilde graag met de deur dicht slapen en dus open ik heel voorzichtig de deur. Heel zachtjes, uit angst dat ik mevrouw wakker zou maken. Maar juist als je iets zachtjes probeert te doen, lijkt het of de deur nog meer kraakt dan dat hij overdag deed. De gordijnen zijn open en de verlichte stad zorgt ervoor dat er een beetje licht de kamer in valt. Precies genoeg licht om mevrouw vanuit de deuropening te kunnen zien liggen. Ik blijf een paar seconden in de deuropening staan om zeker te weten dat mevrouw ligt te slapen en net als ik mij om wil draaien om weg te gaan, hoor ik: “Ik ben nog wakker hoor”.

Ik loop de kamer verder in en ga naast het bed van mevrouw staan. “Kunt u niet slapen?”, vraag ik. “Nee, ik kan de slaap maar niet vatten. Ik lig maar te draaien en te denken”, fluistert mevrouw terug. “Waar denkt u aan?”, vraag ik in een poging mevrouw misschien wat rust in haar hoofd te geven. “Tja”, antwoord mevrouw. Ik laat een stilte vallen in de hoop dat mevrouw haar gedachtes met mij wil delen.

Mevrouw vertelt mij over de periode waarin ze ziek werd, de angst en de onzekerheid die leidend waren in die periode. En ik luister alleen maar. Ik luister naar een vrouw met een enorme kracht en wil om te leven en daar krijg ik enorme bewondering voor. En om haar dat te laten weten, zeg ik: “Ik vind u moedig en u mag dat ook van uzelf vinden. Het vergt veel kracht om te moeten doorstaan wat u nu meemaakt”.

“Dank je wel meid. Niet alleen voor je lieve woorden, maar ook voor je luisterend oor. Ik hoop dat ik nu kan slapen”, antwoordt mevrouw terwijl ze mij aankijkt.
“Heel graag gedaan. Het was het minste wat ik nu kon doen”, antwoord ik terug.
En terwijl ik daar sta, denk ik terug aan de tijd waarin ik weleens niet kon slapen. Als ik ging logeren bij oma en niet kon slapen, kreeg ik warme melk en vaak viel ik daarna als een blok in slaap. Of dat echt door de warme melk komt, weet ik niet zeker, maar ik besluit het te delen met mevrouw.

“Vroeger kon ik ook vaak niet slapen als ik ging logeren”, begin ik en ik zie dat mevrouw aandachtig luistert. “Mijn oma ging dan vaak melk opwarmen en vertelde mij dat je van warme melk slaperig wordt. Vaak viel ik dan in slaap, maar of dat echt door de melk komt, weet ik niet”, zeg ik tot slot. Mevrouw begint te lachen en ik zie een twinkeling in haar ogen. “Wilt u het proberen?”, vraag ik? “Ach, waarom ook niet”, antwoordt mevrouw.

En nadat ik mevrouw warme melk heb gebracht en haar een goede nacht heb gewenst, verlaat ik de kamer. Wanneer ik een uur later nogmaals ga kijken bij mevrouw, komt zachtjes gesnurk mij tegemoet. De warme melk van mijn oma heeft dus weer geholpen, denk ik bij mijzelf wanneer ik met een goed gevoel de deur zachtjes sluit.
Een simpele beker warme melk heeft er in dit geval voor gezorgd dat mevrouw de slaap kon vatten en dat geeft mij het beste gevoel wat ik die nacht kon krijgen.

Geschreven door: De Schrijvende Verpleegkundige

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER