Geloof ergens in

0
389

‘Het geloof geeft mij steun’. Mijn terminale patiënte kijkt mij stralend aan.
Ze heeft een uitgezaaid blaascarcinoom en lijdt veel pijn. Ondanks dat is ze een dankbare, zelfs opgewekte patiënte.

‘God heeft dit op mijn pad gebracht en ik ben niet boos op hem’, vertrouwt ze mij toe.
Ze heeft mij haar levensgeschiedenis verteld en daar ben ik erg van onder de indruk. Zes kinderen heeft ze grootgebracht. De oudste is geestelijk gehandicapt. Daarna kreeg ze een zoon met ADHD, die voor veel problemen zorgde. Haar derde en vierde kind zijn inmiddels overleden. Alleen de twee jongste dochters lijken een probleemloos leven te leiden.
Ze is even oud als ik, maar haar leven is vele malen dramatischer verlopen. Het geloof heeft haar de kracht gegeven om met zoveel leed om te kunnen gaan, zo legt ze mij uit.
Enkele weken later verpleeg ik een vrouw met een ovariumcarcinoom. Ze heeft een operatie ondergaan, tussen de chemokuren in. Ze draagt een groen mutsje op haar kale hoofd. Daaronder kijken twee twinkelende ogen mij aan.

‘Bent u gelovig?’, vraagt ze mij. Ik schud mijn hoofd. ‘Dan moet u dit toch eens lezen zuster’, zegt ze terwijl ze me een papier aanreikt. Er staat een christelijk gedicht op. Ik lees dat God de hand van de dokter leidt en dat Hij ervoor zorgt dat er genezing kan plaatsvinden.

‘Er zit een kern van waarheid in’, zeg ik verrast. ‘U bent door een van onze beste artsen geopereerd’. ‘Daar heeft God dus voor gezorgd’, zegt ze vol overtuiging. Ik ben gelovig opgevoed. Als kind ging ik elke zondag mee naar de kerk, om daar de langdradige preken van de dominee aan te horen. Ik moest meer dan een uur stil zitten en liederen zingen waar ik niks van begreep. Toen ik naar Leiden verhuisde heb ik nog even de studentenkerk bezocht. Niet om mijn geloof te belijden, maar om te flirten met de leuke studenten die daar kwamen.

Na een aantal jaar rees bij mij de vraag waarom God zoveel fijne mensen ernstig ziek liet worden. Leuke, lieve patiënten, waar ik een band mee opbouwde. Waarom stierven ze op zo jonge leeftijd? Ze hadden toch niks misdaan? Ik werd boos op God en wilde niks meer met Hem te maken hebben.

Mijn patiënte met het groene mutsje heeft nog veel zware behandelingen voor de boeg. Ze ziet daar niet tegenop. ‘Mijn geloof gaat mij helpen om de strijd te winnen’, zegt ze vol vertrouwen. ‘Misschien moet jij ook ergens in gaan geloven. God zal je met open armen ontvangen’, voegt ze er met een knipoog aan toe.

Geschreven door Paula Groenendijk
Senior verpleegkundige LUMC

LAAT EEN REACTIE ACHTER