“Op weer een dag”

0
312

Het was een gewone zondagavond. Het was mei en het weer was prachtig, de lente zorgde voor bijzondere uitzichten onderweg met de natuur die volop in bloei stond. Ik werkte mijn gebruikelijke avonddienst in een thuiszorg team. Ik werkte hier al een tijdje, waardoor ik de cliënten redelijk goed kende. Ik kwam elke avond bij meneer. Helaas had hij verschillende soorten kanker en was uitbehandeld. De verwachting was dat meneer niet lang meer zou leven. Hij was dan ook vanuit het ziekenhuis doorgestuurd naar een hospice. Maar, koppig als hij was, weigerde hij om naar een hospice te gaan en is naar huis vertrokken. “Ik ga niet zitten wachten tot ik doodga. Ik blijf thuis, ik red me prima, en als ik sterf doe ik dat in mijn eigen huis.”

Meneer was ernstig ziek. Desondanks probeerde hij van elke dag iets moois te maken. In elke dag iets positiefs te zien. Te genieten van kleine dingen. Zijn optimisme ondanks zijn ernstig ziek zijn, vond ik bewonderenswaardig. Meneer was hier erg nuchter over. “Dood gaan we allemaal meiske, en ik heb een goed leven gehad”.

Het was mij nog niet eerder opgevallen, maar die avond zag ik dat Meneer rookte. Ik zei tegen meneer: “rookt u?”. “Ja meiske, jij ook? antwoordde hij. “Ja dat klopt”, zei ik. Meneer had iedere avond zorg, maar meestal had ik wel een paar minuutjes over bij meneer voordat ik door moest naar de volgende cliënt. Meneer stond vrijwel altijd bijna aan het einde van de route, dus als ik redelijk vroeg was, had ik wat extra tijd. Die avond was ik ook vroeg, en Meneer vroeg mij om samen met hem een sigaretje te roken. En zo ontstond een traditie: eerst werd de zorg verleend, en daarna rookte ik met Meneer een sigaretje terwijl we de dag doornamen, of samen even tv keken om daar vervolgens samen commentaar op te leveren. Met het WK voetbal hebben we ons bijvoorbeeld kostelijk vermaakt, we maakten een sport van zo onzinnig mogelijk commentaar leveren. Het ging om een paar minuten, maar je kon zien dat Meneer genoot van deze momentjes. Een typisch voorbeeld van hoe iets wat op het oog zo klein lijkt, voor een cliënt zo betekenisvol kan zijn.

Op 1e Pinksterdag was het een prachtige dag. De zomer leek al begonnen. De zon scheen, het was buiten zo’n 25 graden en het leek wel een zomerse dag in juli. Ik moet een eindje rijden voordat ik op mijn werk ben, en ik heb de gewoonte om altijd wat te vroeg te komen. Terwijl ik mijn sigaretje stond te roken op het parkeerterrein bij mijn eerste cliënt, zag ik dat de supermarkt nog open was. Het was al 17:30, maar ik kon de bloemen ruiken en ik voelde een zacht windje langs mijn gezicht gaan. Ik droeg mijn uniformjasje, maar hoefde er geen vest overheen. Het leek wel een zwoele zomerse avond. Ik zou ook die avond weer naar Meneer gaan, en opeens ontstond het idee om wat te drinken mee te nemen voor bij het sigaretje. Ik vind een professionele relatie met cliënten belangrijk, maar tegelijkertijd ben ik een verpleegkundige die méér ziet dan de ziekte. Ik probeer de mens te zien achter de ziekte, achter de pijn, en achter het verdriet. Ik probeer niet alleen zorg te leveren, maar ook voor een contactmomentje te zorgen. Iemand écht te zien. Volledig. De kracht, de zwakte, de positiviteit, en de ziekte.

Ik ben de supermarkt ingelopen en heb voor het schap met drinken staan kijken. Ik wist niet waar hij van hield. Ik zag Meneer als iemand die wel een biertje lustte, maar ik vond dat ik geen alcohol mee kon nemen vanuit mijn functie. En toen zag ik losse blikjes met alcoholvrij bier staan. Ik heb even staan twijfelen. Hoe zat het met professionele afstand en nabijheid? Waar ligt de grens? Is het oké om iets te drinken mee te nemen voor een cliënt? Ik besloot mijn gevoel te volgen. De kans dat Meneer op korte termijn zou overlijden was groot. Juist in de laatste fase van het leven, mogen we niet vergeten dat we met mensen werken. Dat we met kleine dingetjes het verschil kunnen maken. Ik kocht voor Meneer een blikje Amstel Radler 0%, en voor mezelf een 0% blikje rosébier. Ik vond dat ik voor één keer wel een uitzondering kon maken door iets mee te nemen voor een cliënt.

Toen ik ’s avonds bij Meneer kwam, was het nog steeds zwoel buiten. Het was vrijwel windstil, de warmte bleef wat hangen en de zon scheen nog zachtjes over de wereld. De lucht rook naar vuurkorven en barbecues, en het gonsde op straat van alle gesprekken die mensen in de tuin voerden. Het was immers 1e Pinksterdag, dus vele mensen waren vrij en zaten bij hun familie te genieten van het mooie weer. Ik nam de 2 blikjes alcoholvrij bier mee, en stapte zoals gebruikelijk het huis binnen. “Hee meiske! Ben je er weer?” riep Meneer. “Ja”, zei ik, “en ik heb iets meegenomen voor bij ons sigaretje”. Ik liet de 2 blikjes alcoholvrij bier zien. Meneer was even stil, en ik zag een traan glinsteren in zijn ooghoek. De zorg werd verleend, en vervolgens pakte Meneer twee bierglazen. We gingen naast elkaar op de rand van zijn hooglaagbed in de woonkamer zitten, de rollator als tafeltje voor ons. Meneer zette de bierglazen met bierviltjes op zijn rollator, en de blikjes kwamen erbij te staan, samen met de asbak. Ik schonk de biertjes in, we staken onze sigaret aan, keken elkaar aan en zeiden: “op weer een dag”. Meneer had een glimlach van oor tot oor, hij genoot met volle teugen en bedankte me wel 10 keer.

Na die zondagavond met Pinksteren was een traditie geboren. Meneer zorgde ervoor dat er altijd blikjes alcoholvrij bier in de koelkast lagen als ik kwam. Als ik door de achterdeur naar binnen stapte en “joehoe!” riep, antwoordde Meneer standaard met “neem je even 2 biertjes mee?” Hij had de bierviltjes, de bierglazen en de asbak dan al klaarstaan op zijn rollator. Elke avond verliep volgens een vast patroon: biertjes pakken, zorg verlenen, sigaretje roken, en de dag doornemen terwijl de tv zachtjes aanstond op de achtergrond. En elke avond, proostten we, elkaar in de ogen kijkend, terwijl we zeiden “op weer een dag”. Meneer had het wéér een dag gered.

Meneer had een datum waarop hij graag nog wilde leven, omdat er dan een belangrijke feestelijke gebeurtenis zou plaatsvinden binnen zijn familie. Het is Meneer tegen alle verwachtingen in gelukt. Iets wat ik maanden heb gehoopt voor hem. De voorspelling was dat Meneer het niet zou halen tot die tijd, maar het lukte hem. Ik had die avond dienst, en hij kwam net terug van de voor hem zo belangrijke dag. En wat straalde hij, ondanks dat hij ontzettend moe was. Hij heeft het er nog weken over gehad. De familie had hem een fotoboek gegeven van die dag, en we hebben nog vele avonden de foto’s terug gekeken, terwijl meneer er stralend naar keek.

De traditie van de zorg, het biertje en het sigaretje bleef. En elke avond opnieuw, zeiden we: “op weer een dag”. Meneer genoot hiervan, ik ook, maar het maakte me ook bewust hoe bijzonder het is om een dag te mogen leven. Om een dag te mogen spenderen met geliefden. Te genieten. Dankbaar te zijn voor kleine dingen.

Meneer had met zijn arts afgesproken dat als de pijn ondraaglijk werd, hij euthanasie kon krijgen. De laatste twee weken had Meneer steeds meer pijn, soms zo erg dat hij ook geen sigaretje of biertje meer wilde. Hij nam de beslissing: het was genoeg geweest.

Meneer vertelde het aan me, en vertelde de datum van zijn euthanasie. Ik had vlak daarvoor nog 2 diensten. Toen meneer het mij vertelde, was zijn familie ook aanwezig. Met zijn allen vroegen ze mij om bij zijn begrafenis aanwezig te zijn, Meneer wilde het zo graag en ook de familie zou het erg waarderen. Meneer was mij ook als een stukje familie gaan zien.

Die laatste twee avonden was de familie ook aanwezig. Gelukkig was het lot mij goed gezind en kon ik Meneer als laatste helpen, en waren er geen oproepen, waardoor er geen tijdsdruk was en ik alle tijd had. We hebben gelachen om uitspraken van Meneer en oude foto’s bekeken. Ik leerde een hoop over zijn leven. Ik wist veel al, door al die avonden waarop we samen hadden zitten roken met ons alcoholvrije biertje. Toch leerde ik nog leuke anekdotes. Wat ik ook leerde, was dat Meneer zijn hele leven al zo krachtig en positief ingesteld was, wat voor tegenslagen er ook op zijn pad kwamen. Een kwaliteit die ik bewonder, en waarvan ik hoop dat ik die ook bezit, mocht ik het nodig hebben.

De laatste avond was ik opnieuw als laatste bij Meneer en had weer alle tijd. Ook toen geen oproepen. Alsof het zo heeft moeten zijn…. Ik heb afscheid van hem genomen, hij heeft afscheid van mij genomen, en ik kreeg een enorme bos bloemen als dank voor alle zorgen. Ik heb hem gezegd: “Het is goed, ga maar”.

Eenmaal in de auto wist ik even niet wat ik met mezelf aan moest. Ik had zojuist afscheid genomen van een voor mij erg bijzondere en dierbare cliënt. Euthanasie komt vaker voor in ons vak, maar het blijft indruk maken. Ik ben zoals beloofd naar de begrafenis geweest, samen met nog 1 collega die Meneer gevraagd had, en ben meegelopen naar zijn laatste rustplaats.

Meneer heeft mij bewust gemaakt van het feit dat in hoe donker alles ook mag lijken, er altijd lichtpuntjes zijn, als je ze maar wilt zien. Dat er altijd iets is om dankbaar voor te zijn. Dat je geluk kunt vinden in kleine dingen.

Als het nu een mooie avond is, en ik zit met wat drinken in mijn achtertuin, spookt dhr soms nog door mijn hoofd. En dan kijk ik omhoog naar de lucht, hef mijn glas drinken, en zeg: “Op weer een dag”.

Geschreven door Suzanne

LAAT EEN REACTIE ACHTER