Levend dood

0
1322

Mijn collega en ik begroeten de man die ons kantoor passeert. Hij blijkt een prima dag te hebben en uit zich daar enthousiast over. Ik ben blij voor hem, dat is namelijk geen vanzelfsprekendheid. Verre van zelfs. “Nu nog wat doen aan die ouwe kop!”, grap ik. Meneer verstaat het niet, zijn gehoorapparaat is nodig toe aan vervanging. Mijn collega herhaalt het luid en duidelijk waarop meneer me hoofdschuddend aankijkt. Hij lacht me toe en in zijn blik lees ik iets wat ik herken. Het is wederzijds respect, we hebben in afgelopen weken een band opgebouwd.

De man, begin 60, verblijft al geruime tijd bij ons op de afdeling. Weken die zacht gezegd hobbelig zijn verlopen. Iets in de trant van een stapje vooruit en twee of zelfs drie terug. In die weken zat ik geregeld naast zijn bed. Iets wat enorm gewaardeerd werd en resulteerde in een goede en open verstandhouding. We blijken elkaar te begrijpen. Delen dezelfde soort humor. Langzaam kroop deze, toch wel gesloten man, uit zijn schulp en deelde gaandeweg steeds meer gedachtenspinsels met me. Tijdens zo’n gesprek kwam laatst ook een onderwerp aan de orde wat meneer eigenlijk nog nooit eerder met iemand deelde. Dit bracht hem een beetje in verwarring. Hij is verbaasd dat hij me dit vertelde en koppelt dat aan mij terug. We hebben het over vertrouwen en respect. Van mens tot mens en even niet van zorgvrager naar hulpverlener. Ik vind het mooi als dat er mag zijn.

Meneer is medisch flink belast. Op 49-jarige leeftijd belandde hij in een kritische situatie t.g.v. een aneurysma. Waarvoor hij een half jaar in het ziekenhuis verbleef en ook toen binnen Adelante revalideerde hierna. Tig operaties volgen. Dan maakt hij recent de keuze voor nog één grote operatie, waarbij kunstmatige bloedvaten naar organen aangelegd zouden worden. Dit loopt helaas anders dan gehoopt. Er volgen allerlei grootse complicaties en onvoorziene omstandigheden, waaronder een hardnekkige bacterie. Meneer wordt twee keer opnieuw geopereerd en belandt voor 3 maanden op de intensive care. Daarna verbleef hij nog 1,5 maand op de ‘gewone’ afdeling om vervolgens opnieuw naar Adelante te komen. Met infuus, want hij zou nog maanden antibiotica moeten krijgen; iets waar meneer chronisch hondsberoerd van is. De nierbekkentjes worden zijn beste vriend. Het is eigenlijk niet te doen. Maar klagen? Ho maar!

Er volgt minimale vooruitgang. De volledige afhankelijkheid van het allereerste begin verandert in kleine momentjes van weer eigen regie kunnen voeren. Maar het mag niet zo zijn. Ik kan hier pagina’s mee vullen, maar het komt er op neer dat verschillende complicaties een enorme stoorzender zijn in zijn toch al pittige revalidatie. Er volgen 3 retourtjes ziekenhuis om diverse redenen. Meneer ziet af, het is vreselijk soms, maar hij wuift het veelal weg. Ik probeer hem erkenning te geven door te laten zien hoe ik er tegen aan kijk; dat het soms simpelweg klote is… En langzaam brokkelt zijn oer dikke schild af. Er volgen pittige babbels over de kwaliteit van leven, de drang om te leven en de zorgen die hij heeft. Nadat ik 4 dagen niet op de afdeling was -als fulltimer een zeldzaamheid- vertelt meneer me te hebben gemist. Dat hij onze gesprekjes soms simpelweg nodig heeft. Even weet ik niet wat ik moet zeggen, ik ben niet goed met complimenten. Ik gooi er wat humor tegenaan. Dat is meneer wel gewend inmiddels. Als hij weer vreselijk misselijk is en belt voor een handje hulp, zeg ik hem bijvoorbeeld gerust dat ie me ook wel gewoon om wat aandacht mag vragen. Of als het weer eens niet gaat en ik bevestigend zeg dat hij er inderdaad belabberd uitziet of 5 jaar ouder dan de dag ervoor. We houden het hierdoor wat luchtig, want hoe je het ook wendt of keert, het is een beroerde en vooral ook onzekere situatie waarin meneer zit. Verschillende vragen dringen zich op: Wat als de voortdurende misselijkheid blijft? (diverse wisselingen van infuus en zelfs orale antibiotica lijken even wat op te leveren, maar meestal van korte duur). En wat gebeurt er als de antibiotica stopgezet wordt? Vanwege het vele kunststof in zijn lichaam lijkt dit laatste scenario niet reëel en daarmee dringt de oneindigheid van leven zich ook aan de oppervlakte op.

De onvermoeibare positiviteit van meneer is nog steeds aanwezig. Echter is er ook wat veranderd in de laatste weken. Emoties mogen er zo nu en dan zijn en ook wordt het nu hardop uitgesproken dat het soms simpelweg niet meevalt. In een van die momenten, het was een gruwelijke dag, zegt meneer: “Ellis, ik ben nu toch ook gewoon levend dood!?” Wow, die kwam even binnen, maar tegelijkertijd was ik dankbaar voor dit zeldzame moment van erkenning. Erkenning naar zichzelf. Ik kon me dat wanhopige gevoel zonder moeite voorstellen en een goed antwoord is er dan gewoon niet…

Kwaliteit van leven; het is een groot goed. En zo afhankelijk van een situatie. Ik wens meneer alle kracht toe die hem door deze pittige tijd heen kan loodsen. Bedankt ook voor het vertrouwen!

Geschreven door: Ellisvertellis. Neem ook eens een kijkje op haar Facebookpagina

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER