Jouw beleving

0
2330

In de overdracht krijg ik te horen dat je de hele nacht aan het spoken bent geweest. Je verbaasde je erover dat je de enige was die wakker is. Maar nu alweer op bed gaan was geen optie. Want in jouw beleving mocht je vandaag naar huis. Toen je verteld werd dat het midden in de nacht was en je nu toch echt eerst moest gaan slapen omdat je nu niet naar huis kon, werd je wat achterdochtig. Logisch ook, want in jouw wereld is het niet nacht. In jouw wereld is het overdag en mag je vandaag dus nu naar huis, naar je zieke man, er nog heel even voor hem zijn. Jouw man is ziek. Hij heeft de diagnose kanker gekregen. Wat een rot ziekte! Hij heeft te horen gekregen dat hij niet lang meer heeft. Maar het lijkt nu goed met hem te gaan. Hij hoeft voorlopig niet terug te komen en de voorspelling van een aantal maand is verhoogd naar 2 jaar! Maar dit kan jouw hoofd niet meer vasthouden. In jouw hoofd komt hij binnen nu en een maand te overlijden. Dus je moet naar huis. Je moet nog van alles met hem bespreken je moet een begrafenis regelen. Je wilt hem ontlasten. Wat een rot situatie als de verzorging jou dan vertelt dat je niet naar huis mag. Dat je hier woont en dat je man op bezoek komt. Dit is niet jouw waarheid. Je neemt afstand. Afstand van de zorg. Je vertrouwt er niks meer van en zo kunnen we je ook niet helpen om wat rustiger in je hoofd te worden.

Na de overdracht loop ik gelijk naar je toe om te kijken hoe het met je gaat. Je deur heb je op slot gedraaid. Je voelt je onveilig. Toch breek ik even in. Ik klop bij je aan en jij draait al gauw de deur van het slot. Met een bange, verwilderde blik en je haar alle kanten op kijk je me aan. ‘Goedemorgen’, zeg ik vriendelijk. Je uitstraling verandert naar blij. Maar je houdt een bewuste afstand tussen ons. ‘He goedemorgen ben jij het.’ De deur gaat voorzichtig wat verder open. Ik kwam even kijken hoe het met je ging. ‘Ja kom verder ik ben druk bezig want ik ga zo naar huis!’ Ik kijk even rond en zie dat je kledingkast helemaal leeg is. Er staan twee kussenslopen volgepakt met alle kleding. En er staat nog een kleiner tasje met broeken erin. Klaar om weg te gaan..

Je vertelt me last van je heup te hebben je vertelt dat het rood is en brandt. Ik vraag of ik het even mag zien. Je trekt je shirt een stukje omhoog, waarna er vijf onderbroeken tevoorschijn komen. Och lieverd, denk ik, natuurlijk doet dat zeer. Je zit bekneld in vier hemdjes, vijf onderbroeken, twee t-shirts en een pyjama. Ik vertel dat dit niet zo goed is voor de doorbloeding en het behoorlijk strak zit. Je vertelt mij dat dit zo hoort. Gelukkig zijn er nog geen drukplekken te zien. Ik vertel dat het verstandig is om een paar onderbroeken uit te doen. Maar hier ben je het niet mee eens. Snel gaan alle vijf de onderbroeken weer omhoog. Ik kom niet binnen met mijn advies. We leven in een verschillende wereld. Ik vraag of je het niet fijn vindt om even te douchen. Dit vind je een goed idee.. Maar als we bij het uittrekken van de ondergoed komen, komt er een twijfel. ‘Ja ik ga zo wel onder de douche.’ Ik benoem dat het dan wel een smeerboel wordt. Dan wordt alles nat en zijn er geen schone kleren meer om aan te doen. Met enige tegenzin kleed je je dan toch maar uit. Ik pak een lekker geurende zeep voor je terwijl jij onder de warme douche stapt. Ik zie je ontspannen. Ik laat je even met rust. Een half uur lang heb je onder de douche gestaan. Wat was dit een genietmomentje voor jou! De ontspanning komt terug. En de vijf lagen onderbroeken zijn uit je hoofd. Je neemt genoegen met één. Nog even de haren in de plooi en dan een lekker ontbijtje.

Na het ontbijt beland je in een schoonmaak woede. Voorzichtig vraag ik aan je of het een idee is om samen de kast weer even in te pakken. Want al die kleding in de kussenslopen gepropt.. Tja daar wordt het niet beter van.. Je vindt dit een goed idee. Zingend pakken we de kast weer in en hangen alles netjes op kapstokjes. Wat fijn om te zien dat je de gedachte heel even kwijt bent.. Tot na de warme maaltijd. Ik kom je roepen voor de koffie. Maar helaas heb je hier geen tijd voor; je moet je spullen inpakken. Zelfs de schoenveters zijn uit de schoenen verdwenen. De zakken zijn dichtgeknoopt. Zo, dat is van jou, daar komt niemand aan.

Geschreven door Monique

LAAT EEN REACTIE ACHTER

− 1 = 1