Tot morgen vechter

0
1030

‘Aaah moi! Ik moet pissen man!’ ‘Nou kom dan loop ik met u mee’ ik begeleid je op de wc. Ik zie 2 grote pleisters op je hoofd zitten. Ik heb nog geen overdracht kunnen lezen en weet dus niet wat er gebeurd is. Mijn vermoeden is dat je gevallen bent. Afgelopen zondag was je zo onrustig dat ik je een oxazepam heb moeten geven. Je bleef in je loopdrang en je oogde steeds vermoeider maar je liet je niet begeleiden. Ik vermoed dat het die middag mis gegaan is. Ik trek je pyjama uit ‘moet dat nou ik ga zo weer op bed’ ‘even een beetje opfrissen, kun je daarna weer verder slapen.’ Ik trek je blouse vast aan omdat mijn vermoeden is dat je er toch zo weer uit komt. En dit was ook zo. 10 min nadat ik je in bed begeleid had liep je alweer over de gang. ‘Kom maar, doen we de rest van je kleren aan. Dan gaan we daarna ontbijten.’ Je loopt aan mijn arm mee. Het lopen gaat wat moeizamer dan anders, je steunt veel op mij. Daarom kies ik ervoor je maar in de rolstoel te begeleiden.

Je bent een beetje anders dan anders. Normaal zet je de hele afdeling op stelten maar vandaag blijf je zitten waar je zit. Tijdens de koffie kijk ik je aan. De blauwe plek verzakt helemaal naar beneden. Mannetje wat zie je er uit.. je oogt niet fit. Als mijn collega jou een koekje geeft wordt mijn onderbuik gevoel bevestigd.. Je weet niet wat je er mee moet.. dit is niet goed denk ik.. je sluit je ogen weer. Na de koffie onderneem je toch een aantal pogingen te gaan staan. Ik vraag mijn collega je mee te nemen met de wandeling. Al gauw word ik gebeld. ‘Hij heeft nu al 3 keer overgegeven.. we zijn op de terugweg maar het lijkt niet goed.’ Gauw zoek ik alle spullen bij elkaar om direct de controles te doen als je terug komt.

Kokhalzend sta ik naast je terwijl jij voor de 4de keer alles eruit gooit. Even neemt mijn collega mij over voordat we samen boven de emmer staan.. Na een slok water en een flinke zucht zijn we beide bijgekomen. Tijd om je controles te doen. Geen koorts, ietwat hoge bloeddruk maar niet extreem, en een goeie krachtige pols. Dit lijkt wel oké. ‘Wil je lekker op bed liggen?’ ‘ Ja, ik ben moe’ samen met mijn collega leggen we je op bed. We krijgen weinig reactie en de zorgen nemen toe. Je valt gelijk in een diepe slaap..

Terwijl ik net naar de wc wou rennen loop ik de arts tegen het lijf. Ja! Jij komt voor meneer, ik loop gelijk met je mee. Ze wil allemaal testjes met je doen maar je begrijpt haar niet. Ik help haar een handje en weet precies hoe ik je in beweging krijg. ‘Kom op we gaan fietsen! Laat eens zien aan de dokter hoe goed je dit nog kan.’ Jij zet alles op alles en begint te trappen met je benen. ‘Dat gaat goed, zo is het genoeg hoor’ maar jij trapt nog even blij door. Ze beweegt haar vinger voor je ogen langs ‘Volg de vinger maar even’ jij kijkt eigenwijs precies de andere kant op. Ik ga aan de andere kant staan ‘Joehoe!’ en je kijkt me aan.’Aaah! moi!’ Zeg jij verbaasd ‘Ja dat gaat goed’ zegt de arts, nu omhoog. Ze wiebelt met haar vingers boven je hoofd maar weer kijk jij eigenwijs de andere kant op. Ik ga boven je hoofd staan en zeg ‘Kiekeboe’. Met een grote lach kijk je me aan ja.. ik kan raden dat je ook dit goed deed. We lopen een stukje en we zetten je in de rolstoel. ‘Ja, gaan we ook nog eten? Heb je de kachel wel aangezet? Het was zo koud vanmorgen. Daar ben je weer even. Net op het moment dat ik je mee wil nemen bedenkt de arts nog de buik te willen checken. ‘Sorry mister.. de dokter wil nog even naar de buik kijken je moet nog even weer op bed’ ‘Nee ik ga niet op bed hoor laat mij hier maar zitten ik zit prima zo’ ‘Dat is mooi! Maar toch wil de dokter even luisteren’ ‘God man ik moet pissen’ ‘Nou kom maar mee dan’ ik zie de geïrriteerde blik van de arts ‘Ja, nou ja dat moet maar dan he’ zegt ze. We lopen naar de wc en dan wordt het je teveel. ‘Godverdomme wat voel ik me beroerd zeg.. hoofdpijn misselijk ik voel me niet lekker..’ ‘Nou kom maar staan. Gaan we gauw weer in bed ik help je mee’ eenmaal in bed begint het weer.. je spuugt allemaal gal uit.. tja nu moet ik me ook even groot houden..

Mijn buik doet zeer van een volle blaas en mijn maag krijgt de neiging mijn broodje terug te geven. Even op de kiezen bijten.. als het over is kijk ik naar de bezorgde blik van de arts. Ik zie aan alles dat ze er geen goed gevoel bij heeft. Ze luisterde nog even naar je buik en ik dek je lekker warm toe. Je kreunt nog een keer en sluit je ogen weer. Bezorgd kijk ik de arts aan. Ze begint haar verhaal. Ja, ja de testen doet hij goed, de controles zijn op zich niet heel erg afwijkend. Hij is beroerd, geeft wisselend hoofdpijn aan. Ik vind het lastig. Ik zou neigen naar een hersenschudding, maar sluit een bloeding ook niet uit. We kunnen dat op 1 manier uitsluiten en dat is om hem in te sturen. Maar het ding is dat ze in zijn toestand eigenlijk zelden een operatie uitvoeren omdat zijn kwaliteit van leven minimaal is. Ik zou het aan willen zien. Maar we moeten wel met de familie in gesprek.

Jouw schoonzoon was ondertussen al gearriveerd, voor ik het wist zat ik in een kamertje met de arts en je schoonzoon te kletsen over jouw toestand. Wat een heftig gesprek en wat een dilemma.. de hersenschudding zou over gaan.. maar een bloeding zou je dood kunnen betekenen. Insturen zou je veel stress en energie kosten. Dat in combinatie met dat je waarschijnlijk nog slechter uit een operatie zou komen en je kwaliteit van leven nu al beperkt is, maakt dat we beslissen om het even aan te zien. We eindigen het gesprek. Samen met je schoonzoon lopen we nog even bij je langs maar je ligt alweer in een diepe slaap. Hij kiest ervoor je met rust te laten en de situatie met zijn vrouw te bespreken.

Ik draag alle drukte van vandaag over aan mijn collega. Werp nog een blik op jou en laat je met een bezorgd gevoel achter. ‘Tot morgen vechter’

Geschreven door Monique Post

LAAT EEN REACTIE ACHTER

− 3 = 5