Anke (28) werkte op een advocatenkantoor, maar nu als praktijkondersteuner somatiek

0
471

Een carrièreswitch op latere leeftijd: het is niet ongebruikelijk en veel mensen kiezen dan voor de zorg. Vrijheid in de Zorg portretteerde deze zij-instromers, aan de hand van een interview. Waar komen zij vandaan? Wat zijn hun motieven om voor de zorg te kiezen, waar het hard werken is en veel personeelstekorten zijn? Anke van Bellen (28) begon op haar 17e bij een advocatenkantoor. Na een omscholing tot verpleegkundige, werkt ze nu als praktijkondersteuner somatiek.

“Na het behalen van mijn havo-diploma, heb ik eerst zes jaar op een advocatenkantoor gewerkt als juridisch medewerker”, vertelt Anke van Bellen. Ze heeft een managementopleiding gevolgd via Schoevers en is opgeleid tot juridisch secretaresse, waardoor ze hogerop de ladder kwam. Ze is bij het advocatenkantoor begonnen, omdat ze niet precies wist welke vervolgopleiding ze wilde volgen toen ze op haar zeventiende klaar was met de havo. Het begon met een vakantiebaantje op de receptie, daarna breidde haar takenpakket zich steeds meer uit.

Hiërarchie

Toch was het niet wat ze de rest van haar leven wilde doen qua werk, vertelt ze. “Wat mij daar tegenstond, was dat er een duidelijke hiërarchie heerste. Je hebt een duidelijk verschil tussen een advocaat en een secretaresse. Op zich is dat niet heel erg, maar het is niet mijn manier van werken. Ik werk liever met elkaar dan voor iemand. Ik miste het contact met mensen, ik wilde echt iets voor mensen doen. Ik ging niet met tegenzin naar mijn werk, maar voelde wel: dit is niet wat ik mijn leven lang wil doen.”

Droom om dokter te worden

Achteraf gezien, was de overstap naar de zorg niet heel verrassend, want van kleins af aan riep Anke al dat ze dokter wilde worden. “Toch heb ik daar nooit wat mee gedaan. Tot ik een tv-item zag. Toen ben ik informatie op gaan zoeken en mee gaan lopen op een pg afdeling en in het ziekenhuis. En toen ontdekte ik de thuiszorg: dat vond ik helemaal geweldig. Ik wil echt een band opbouwen met cliënten.” Ze zegde haar baan op het advocatenkantoor op en begon aan op haar 22e aan de opleiding HBO-V. De reacties van mensen uit haar omgeving waren positief. “Ze zeiden: dit past echt beter bij je. Ik heb er wel aan getwijfeld om de stap te maken. Ik ging van fulltime werken naar fulltime school en had daardoor minder inkomsten. Maar toen ik eenmaal de beslissing had gemaakt, ging ik er vol voor.”

Thuiszorg als passie

Tijdens de opleiding werd ze al vrij snel bevestigd in het idee dat haar passie bij de thuiszorg ligt. Al in het eerste jaar ging ze als oproepkracht in de thuiszorg werken. “Na dat ik mijn diploma heb gehaald, ben ik direct aan de slag gegaan als wijkverpleegkundige. Maar door het personeelstekort en allerlei andere zaken, ging mijn werk mij op een gegeven moment tegenstaan. Ik was alleen maar bezig met diensten oplossen, het personeel ergens vandaan halen en zzp’ers de weg wijzen”, vertelt ze. “In de meest gunstige maanden hadden we honderd uur per week tekort. Daar was niet tegenop te werken. Wie is er nu weer ziek, welke zzp’er komt nu weer niet opdagen?”

Het leidde uiteindelijk tot de ingrijpende beslissing om te stoppen met haar werk als wijkverpleegkundige: de druk was simpelweg te hoog. “Al is wijkverpleegkundige wel een gouden baan, als je elke nacht wakker ligt omdat je het idee hebt dat je als back-up klaar moet staan voor collega’s om een dienst over te nemen, gaat dat je wel tegenstaan. Het was alleen nog maar brandjes blussen, mijn eigen taken konden niet meer worden gedaan.”

Praktijkondersteuner somatiek

Ze maakte haar tweede carrièreswitch, dit keer binnen de zorg, als praktijkondersteuner somatiek in een huisartsenpraktijk. “Ik wilde die opleiding altijd al doen, maar het liefst na tien jaar als wijkverpleegkundige te hebben gewerkt. Als het aan mij had gelegen, had ik nog jaren in de wijk gewerkt, maar door het personeelstekort was het plezier in mijn werk echt weg.” Ze werkt betaald op de huisartsenpraktijk en volgt daarnaast een opleiding, die negen maanden duurt. Ze merkt dat ze een voorsprong heeft, omdat ze deels dezelfde cliënten tegenkomt als in de thuiszorg. Dat werkt in haar voordeel: ze heeft vrijstelling gekregen voor een gedeelte van het onderdeel ‘ouderenzorg’. Tot nu toe bevalt de opleiding haar goed, hoewel ze haar oude collega’s uit de wijk mist. “Ik ben bezig met de patiënt en het ziektebeeld, daar is de wijkzorg toch minder op gericht. Het is ook wel heel pittig, want ik krijg deels dezelfde scholing als een huisarts over ziektebeelden.” Als praktijkopleider somatiek, begeleidt ze mensen met klachten als diabetes, astma, COPD en cardiale klachten.

Levenservaring

Ze heeft geen spijt van haar loopbaan, die als receptioniste op een advocatenkantoor begon en vervolgens een heel andere wending aannam. Haar achtergrond gaf haar een voorsprong op haar klasgenoten qua levenservaring, blikt ze terug. “Als ik op mijn 22e klaar was geweest met de HBO-V, zou ik een stuk minder geloofwaardig overkomen tegenover cliënten”, denkt ze. “Achteraf ben ik wel blij met dat stukje levenservaring, zeker omdat ik heftige dingen heb gezien in de thuiszorg. Ik heb cliënten dood aangetroffen in huis, die al dagenlang de deur niet meer open deden. Ik heb moeilijke gesprekken moeten voeren met een echtpaar waarvan de partner uit huis moest worden geplaatst omdat het niet meer ging.”

Op haar nieuwe opleiding tot praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk, is ze juist een van de jongsten uit haar klas. “De gemiddelde leeftijd is tegen de vijftig. De meesten komen vanuit het ziekenhuis en merken dat het daar ook begint te rommelen. Ze draaien onregelmatige diensten en zeggen: het hoeft voor ons niet meer. Wat ze ook benoemen, is dat je weinig contact hebt met de patiënt. In de thuiszorg heb je juist veel contact met de patiënt, maar je komt onder enorme tijdsdruk te staan door personeelstekorten.”

Tekort in de huisartsenzorg

Ook in de huisartsenzorg begint een tekort te ontstaan, merkt Anke op. “Dit omdat steeds meer vrouwen werken als huisarts en zij vaak kiezen voor een parttime baan. Daardoor is er nu heel veel vraag naar praktijkondersteuners, zodat de huisartsenpraktijk toch kan blijven draaien en de werkdruk bij huisartsen wat weggenomen kan worden.”

Positief imago

Ze is nog steeds erg begaan met de collega’s van de thuiszorg. “Wat ik echt hoop, is dat het voor de medewerkers in de thuiszorg beter gaat worden qua werkdruk. Ik hoop dat ze er personeel bij krijgen of dat bepaalde dingen anders worden geregeld, waardoor de werkdruk omlaag gaat.

Ook al ben ik nu praktijkondersteuner, ik vind dat mensen die thuiszorg nodig hebben, alle begeleiding en aandacht moeten krijgen.” Ook hoopt ze dat de gezondheidszorg, die nu overwegend negatief in het nieuws is, weer op een positieve manier op de kaart wordt gezet en een goed imago krijgt. “Ik kom dadelijk ook op een leeftijd waarop ik hulp nodig heb. Ik zou het heel erg vinden als dat er niet meer zou zijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

5 + 5 =