Vijf vragen over de nieuwe opleiding tot ambulanceverpleegkundige: “De selectie is streng”

0
6759
Ambulance

In sommige regio’s speelt er een groot tekort aan ambulancepersoneel. Om toch te kunnen voldoen aan de vraag, gaat er deze maand een nieuwe opleiding van start voor verpleegkundigen zonder specialistische vooropleiding, die in achttien maanden tijd worden klaargestoomd tot ambulanceverpleegkundige. Vijf vragen aan Albert van Eldik, stafmedewerker beleid bij de Academie voor Ambulancezorg. “De vijver van verpleegkundigen wil je groter maken.”

Vanuit welke behoefte is deze opleiding in het leven geroepen?

“Er zijn twee grote problemen. Het eerste is het arbeidsmarkttekort van ambulanceverpleegkundigen. De vijver van verpleegkundigen is zo’n beetje leeg en die wil je wat groter maken. De tweede lijn is dat we zien dat we mensen opleiden die al een specialisatie hebben gevolgd, bijvoorbeeld op de Intensive Care (IC) of Spoedeisende Hulp (SEH). Je bent soms zes, zeven jaar bezig voor je op de ambulance zit. Ziekenhuizen moeten ook investeringen doen, dat is voor hen niet efficiënt. We willen het ook voor mensen zonder specialisatie mogelijk maken om de opleiding voor ambulanceverpleegkundige te doen en zijn op zoek naar een nieuwe instroom.”

Wat voor selectietraject gaat eraan vooraf?

“In het traject adviseren we mensen aan te nemen met minimaal twee jaar klinische ervaring of een specialisatie, zoals medium care of recovery. De selectie voor deze opleiding wordt gedaan door ambulancediensten en is behoorlijk streng. Je gaat met een nieuwe groep aan het werk. Mensen hebben minder kennis en ervaring en hebben soms de specialistische opleiding niet. Ze worden getest op stressbestendigheid en op hun HBO-niveau, of ze voldoende leervermogen of capaciteiten hebben. Het is niet zo dat je na de HBO-V zomaar de opleiding ingaat. MBO’ers zijn ook welkom, ook die worden aan de poort geselecteerd.”

Hoe ziet het opleidingstraject eruit?

“De opleiding duurt in totaal achttien maanden en bestaat uit drie leerperiodes, waarbij elke leerperiode een verdieping en meer complexe patiëntenbenadering laat zien. Tijdens de eerste drie maanden wordt de basis gelegd: het bedienen van een brancard, de patiëntenbenadering. Hoe kijk je binnen de protocollen naar de patiënt? Alle basisvaardigheden worden aangeleerd.

De tweede leerperiode duurt negen maanden, waarin de verdieping wordt gezocht. De patiënt zal meer complexe patiënten moeten onderzoeken binnen een stabiele omgeving. Door dat soort patiënten te behandelen, worden ze gaandeweg steeds zelfstandiger.

De laatste periode is een maand of acht en bestaat uit verdieping, het zelfstandig behandelen van complexe patiënten in complexe situaties. De studenten staan continue onder begeleiding van ervaren instructeurs van de ambulancediensten. Tijdens de opleiding wordt de theorie over anatomie, fysiologie en dergelijke steeds specifieker.”

Op welke manier gaan jullie de kwaliteit van de opleiding waarborgen?

“Uiteraard hebben we oog voor kwaliteit. In de beoordeling van het praktijkleren gelden de huidige eisen. Tussentijds zijn er vaste normen, vergelijkbaar met de huidige opleiding. We gaan snel zien of ze voldoen aan de huidige normen. Binnen de opleiding doen we tussen- en eindassessments. Op dat niveau moeten studenten ook presteren. Als de kwaliteit zakt, dan zullen we dat snel moeten bijsturen en misschien moeten concluderen dat het niet de goede opleiding is. Wij denken van wel, we hebben de normen niet aangepast.”

Hoe groot is de animo voor deze opleiding?

“We zien op Facebook en ook intern dat mensen vragen of ze de opleiding kunnen volgen. Maar zo werkt het niet: de ambulancediensten moeten de mensen insturen. We hebben nu vijf ambulancediensten waar we mee samenwerken. Er zijn er ook een aantal die dat niet doen, die hebben een minder groot arbeidsmarktprobleem. In de eerste instantie starten we met tien cursisten. In december start er een nieuw programma.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

+ 86 = 92