Bijzondere zorgverhalen: “Je weet nooit wat er in de familie speelt, oordeel niet te snel!”

0
805

Die cliënt, die zijn of haar kinderen bijna nooit ziet. Je hebt er misschien snel een oordeel over. Waarom komen ze niet? Zijn ze te druk met hun eigen leven, werk en gezin? Toch weet je niet welk verhaal erachter schuilt. Dat ontdekte VIG’er Sandra Pouw, die aan de andere kant kwam te staan. Toen ze mantelzorger werd voor haar dementerende moeder, verslechterden de familiebanden en werd zij buitenspel gezet.

Als zorgverlener maak je mooie, maar ook ingrijpende gebeurtenissen mee. Stergevallen, ernstig zieke patiënten of mensen met een bijzonder verhaal of een andere gebeurtenis, die je bij blijft en vormt tot wie je bent, als beroepsprofessional en als persoon. De redactie van Vrijheid in de Zorg tekende deze ontroerende en bijzondere verhalen op. In deze aflevering doet Sandra Pouw (46), verzorgende IG’er, haar verhaal.

Sandra werkt al achttien jaar in de zorg. “Ik heb 12,5 jaar met zwaar dementerenden gewerkt, maar dat vond ik te heftig. Toen heb ik de overstap gemaakt naar de somatiek”, vertelt ze. Om haar kennis te verdiepen en haar horizon te verbreden, is ze in februari gestart met de verkorte opleiding tot verpleegkundige niveau 4. De opleiding duurt twee jaar, met een uitloop van een half jaar. Ze werkt 24 uur en gaat acht uur per week naar school. De combinatie van studie, werk en thuis, vindt ze pittig, maar erg leuk. Als ze over de zorg praat, beginnen haar ogen te glimmen. Het is haar passie, ze haalt veel voldoening uit het zorgen voor hulpbehoevende mensen.

Vasculaire dementie

Maar sinds enkele jaren heeft ze ook de andere kant van de zorg gezien. Haar moeder zit sinds een jaar in een verpleeghuis. Voordat ze daar werd opgenomen, nam Sandra de zorg voor haar rekening. Een ziekenhuisopname zorgde ervoor dat haar situatie verslechterde en teruggaan naar de thuissituatie, geen optie meer was. “Ze heeft vasculaire dementie en gaat hard achteruit. Ze vertoont gedragsveranderingen. Ik heb intensief voor mijn moeder gezorgd, maar op een gegeven moment ging dat niet meer.”

Sandra’s kennis van de zorg kwam goed van pas om de vervolgstappen te ondernemen, die nodig waren om haar indicatie voor een verpleeghuis rond te krijgen. Inmiddels heeft ze een plekje gevonden in Beverwijk, wat op enkele minuten reisafstand is voor haar dochter Sandra, die haar wekelijks bezoekt.

Familierelaties

Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Ze kijkt terug op een bewogen jaar vol strubbelingen in de familie. Waar het eerst vanzelfsprekend was dat zij de regie op zich nam als het ging om de zorg van haar moeder, begon haar oudste broer vanuit het niets taken naar zich toe te trekken. De relaties met haar broer en zus zijn daardoor drastisch veranderd, vertelt ze. “Ik spreek vanuit mijn werk veel bewoners die zeggen: ik zie mijn familie nooit. Ik had daar altijd een oordeel over, maar nu zit ik in hetzelfde schuitje.”, vertelt ze.

“Er is best veel gedoe geweest in de familie, waardoor ik geen contactpersoon meer ben voor moeder en alleen nog op de koffie kom om gezellig een praatje te maken of met haar te gaan lunchen”, zegt Sandra. Ze heeft veel in het werk gezet om haar moeder in het verzorgingstehuis te krijgen, maar dat werd haar niet in dank afgenomen. “Ik heb alles in gang gezet, maar achteraf wilden mijn broer en zus haar naar een ander verzorgingstehuis brengen, dat mooier en luxer is. Mensen hebben snel een oordeel over familieleden, maar nu zit ik in dezelfde situatie. Je weet nooit wat er in de familie speelt, waarom partners of vrienden niet komen”, is haar conclusie.

Zorgcontract

Ze had altijd een intensieve en hechte band met haar familie, de kleinkinderen en achterkleinkinderen. Het trof haar dat zij van de een op de andere dag geen contactpersoon meer was. “Mijn moeder is een kwetsbare vrouw van 82. Ze heeft klakkeloos haar handtekening gezet onder een contract dat naar een zorgbemiddelingsbureau ging. Ik werd erdoor overvallen, het heeft mij veel pijn en verdriet gedaan.”

Sandra confronteerde haar moeder met de consequenties van het contract, waar zij zelf ook de gevolgen van merkt. Waar ze eerst drie keer per week haar moeder bezocht, is dat nu teruggebracht naar een keer per week. “Ik kom alleen nog maar voor de lunch of een bakje koffie, dat vond ze wel heel erg. Mijn rol is compleet anders, ik sta er nu veel verder van af. In het begin had ik familiegesprekken en moest van alles regelen met de arts. Nu is dat weggevallen.” Ook met de Kerstdagen die voor de deur staan, is zij de afwezige. Dat vindt haar moeder erg jammer, al was het haar eigen keuze.

Jaloezie

Waarom is het zo gelopen, dat de familierelaties zo verslechterd zijn dat ze haar niet meer vertrouwen in de zorg voor haar moeder? Ze denkt dat er jaloezie achter schuilt. “Ik ben altijd de jongste geweest, maar ik groei boven ze uit. Ik weet hoe je alles moet regelen. Maar aan de andere kant, heb ik ze er altijd bij betrokken en mijn moeder de keuze gelaten. Ze wilde niet naar een gesloten afdeling, waar veel plekken zijn, maar naar een open verpleeghuis. Daar zijn wachtlijsten voor.”

Vooral in het begin deed de manier waarop zij aan de kant werd gezet, haar veel pijn. Nu heeft ze er meer rust in gevonden en kan ze het beter loslaten. “Ik wil mijn moeder een mooie tijd geven. Als het slecht met haar gaat, wil ik bij haar waken. Ik heb zoiets van: er is niemand die mij bij jou weg kan halen.” Dat neemt niet weg dat het moeilijk is, een gemis. “Ik heb geen contact meer met mijn broer en zus. Het is super moeilijk: elke dag denk ik eraan. Hoe zouden mijn neefjes en nichtjes eruit zien, hoe zou het met ze gaan?” Ze heeft nog wel contact met een zus die in Amerika woont.

Ze ziet niet in hoe het contact zich nog kan herstellen, ook niet in de toekomst. “Ik zal ze hooguit nog zien als mijn moeder in de laatste fase zit. Dat zullen de enige momenten zijn. En met de begrafenis, natuurlijk. Ik heb er ook voor gekozen om afstand te nemen, het kost allemaal te veel energie.” Ze is nog wel in gesprek gegaan met de arts, die opmerkte dat haar moeder eigenlijk wilsonbekwaam is. “Die kwetsbare moeder van mij hebben ze een worst voorgehouden. Maar we zijn nu een jaar verder, en ze zit hier nog steeds in Beverwijk.” Haar broer is druk bezig om haar naar een beter verzorgingstehuis te krijgen, maar Sandra staat daar kritisch tegenover. “Er zijn lange wachtlijsten, hoewel ze nu wel bovenaan staat. Bovendien: oude bomen moet je niet verplanten.”

De verslechterde relatie met haar gezinsleden, heeft haar veranderd als zorgverlener, vertelt ze. “Ik kijk anders naar familieleden. Eerst dacht ik: hoe kun je nou niet met je broers en zussen om het bed zitten? Nu ik in eenzelfde situatie zit, begrijp ik het.” Ze is er ook heel open over naar familieleden van haar cliënten toe, wat hen soms ook steun kan geven.

Blijven communiceren

Ze heeft er een aantal belangrijke lessen uit getrokken, die ze graag wil delen. “Je hebt maar één vader of moeder. Wat er ook is, je moet er voor je moeder of vader heengaan en voor jezelf. Het is belangrijk dat je er op dat moment bent.” Een ander advies is om in contact te blijven. Met je familie, met de zorgbehoevende, maar ook met artsen en andere hulpverleners. “Blijven praten, blijf communiceren met elkaar. Dat heb ik in het begin ook gedaan. Hoe zou jij graag, als je oud en ziek bent, verzorgd willen worden? Welke hulp heb je daarbij nodig? Hoe zou je zelf behandeld willen worden? Zou je thuis willen blijven, terwijl het te gevaarlijk is? Blijf eerlijk en oprecht, dat heb ik ook altijd gedaan. Maar vooral: oordeel niet snel over familieleden. Dat is iets waar ik elke dag wel even bij stil sta. Soms denk ik: heb ik iets over het hoofd gezien? Maar ik heb alles naar eer en geweten gedaan en kan mezelf nog recht in de spiegel aankijken.”

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER

+ 1 = 3