De geheime missie

0
428

Met een grote tas op schoot beweegt hij zich in zijn rolstoel naar de deur. Op mijn vraag of hij uit gaat krijg ik fluisterend antwoord, want het moet geheim blijven. Hij is gebeld door Israël en zijn aanwezigheid is daar per direct gewenst en dat mag ik aan niemand vertellen.

Mijn gedachten maken overuren, want als ik zeg dat hij misschien geslapen heeft en uit een droom is wakker geworden, maak ik geen vrienden. Raar is mijn gedachtegang niet, want hij doet heel wat dutjes gedurende de dag. Als ik hem vraag eerst met ons te eten krijg ik oorlog, want die geheime missie is nogal dringend. Ik besluit om hem gewoon naar beneden te laten gaan en bel naar de balie om te vragen of ze het een beetje in de gaten kunnen houden.

Na verloop van tijd hebben mijn gedachten hun werk gedaan en ga ik naar beneden. Hij zit midden op het parkeerterrein en wacht schijnbaar ergens op. Ik vermoed op een taxi. Dat is alvast een gegeven wat ik kan gebruiken.

Ik loop naar hem toe en vertel hem dat ik net gebeld ben door Israël en dat ik moest overbrengen dat de missie is afgeblazen. Zijn aanwezigheid is niet meer noodzakelijk en de taxi die ze voor hem geregeld hadden is afgezegd. Hij wil nog wel weten wat de naam van de persoon was die ik aan de telefoon had. Heel eerlijk vertel ik hem dat ik het een moeilijke naam vond die voor mij niet goed uit te spreken was, maar dat het een man was. Daarmee ging het bijna mis, want degene die de missie had georganiseerd was een vrouw. Maar het kon heel goed dat zij een man liet bellen met deze boodschap. Meteen vertelde ik hem dat vrouwen ook niet te vertrouwen zijn.

Hij was boos, maar gelukkig niet op mij. Het was al de tweede keer dat dit hem overkwam. Hij liet zich door mij naar boven brengen, heeft wat boterhammen gegeten en is daarna in zijn kamer gaan zitten wachten op een telefoontje uit Israël. Daar zat hij nog steeds toen mijn dienst er op zat. Naar bed geholpen worden wilde hij niet want hij moest wel in de startblokken blijven.

Geschreven door Wilma

LAAT EEN REACTIE ACHTER

− 1 = 3