OK-assistent Miran: “Ik kan heel slecht tegen onrecht en dat werkgevers niet goed voor hun personeel zorgen”

0
1952

Een hoger salaris, meer personeel en meer rustpauzes. In zeventien ziekenhuizen verspreid over het land, voeren ziekenhuismedewerkers de komende weken opnieuw actie om de eisen voor een beter CAO kracht bij te zetten. Ze verlenen alleen spoedeisende zorg. In dit tweeluik vertelt zorgpersoneel waarom ze aan deze actie meedoen. In deze aflevering vertelt OK-assistente Miran van Arendonk (32) waarom ze op de barricades gaat.

Marian van Arendonk (32) werkt als OK-assistente in het Catharina ziekenhuis in Eindhoven. Ze woont samen met haar vriend en ze hebben een dochtertje. ‘Ik doe het werk nu al zeven jaar’, vertelt ze. ‘Ik ben opgeleid in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. Direct na mijn opleiding, ben ik de detachering ingegaan. Dat heb ik acht maanden gedaan. Ik heb zestien verschillende plekken gezien.’ Mede door het grote aantal werkplekken en de reistijd daartussen, is ze gestopt met werken via het detacheringsbureau en ging ze aan de slag als OK-assistente in het Maxima Medisch Centrum in Eindhoven en Veldhoven. Tot er een vacature voorbij kwam bij het huidige ziekenhuis waar ze nu werkt. ‘Dat is zo goed bevallen, dat werk doe ik nu 2,5 jaar.’ Als operatie-assistent heeft ze verschillende taken en verantwoordelijkheden. Ze werkt in een team dat is samengesteld uit de chirurg, twee of drie OK-assistenten, een anesthesiemedewerker, anesthesieassistent en daarnaast nog OK-assistentes en anesthesiemedewerkers in opleiding, arts-assistenten en co-assistenten. ‘Het kan heel druk zijn in de OK, maar ook rustig.’

Gespecialiseerde ingrepen

‘Ik zorg ervoor dat de arts de juiste steriele spullen aangereikt krijgt om mee te werken’, vertelt ze over haar baan. ‘Wij moeten de operatie van tevoren voorbereiden. Je zou het een sport kunnen noemen. Het is namelijk wel een uitdaging om het juiste instrument aan te geven, zonder dat een arts erom moet vragen. Dat je rekening houdt met de volgende stap die hij gaat nemen, zonder dat de arts dat hoeft te vragen.’ Ze vindt haar werk leuk, uitdagend en afwisselend. ‘Wat ik het allerleukst vindt, is dat ik precies weet wat hij gaat doen en op welk moment. Het is een kwestie van veel ervaring en kennis over de ingreep. Aangezien wij grote en vooral gespecialiseerde ingrepen doen, is het wel lastig om dat perfect bij te houden. Maar het is ook een mooie uitdaging in ons vak om kennis bij te houden. Ik doe het met veel plezier.’

Operatie-assistent

Toen ze op haar tweede levensjaar werd geopereerd, wist ze het meteen: ik wil chirurg worden. Ze kreeg een mavo-advies, waardoor ze haar droom in duigen zag vallen. ‘Ik dacht: dat gaat ‘m nooit worden. In de eerste instantie ben ik dierenartsassistent geworden en heb ik een opleiding gevolgd om met proefdieren te mogen werken. Maar ik miste toch iets, de innovatie, het contact met mensen. Toen ben ik rond gaan kijken. Wat kan ik doen, om toch in de buurt te komen van mijn originele beroepswens? Toen kwam ik uit bij de opleiding tot operatie-assistent en heb ik veel informatie ingewonnen. Ik wilde graag bij zo’n team en zo’n goed contact hebben onderling en met de patiënt.’ Op haar 24e begon ze met een leerwerktraject, een inservice opleiding op niveau zes. ‘Dat betekende dat ik drie jaar afwisselend werkte en naar school ging.’ Inmiddels is de opleiding aan het verdwijnen, vertelt ze. Daarvoor in de plaats is het relatief nieuwe HBO VT gekomen, een technische specialisatie op de HBO-V, waarbij twee opleidingen ineen worden gevoegd: dat van HBO-V en anesthesiemedewerker of OK-assistent. Het ziekenhuis waar zij nu werkt, neemt alleen anesthesiemedewerkers en OK-assistenten aan die deze specifieke opleiding hebben gevolg.

Robotchirurgie

Haar team doet zeer uiteenlopende ingrepen, van groot tot klein. Het varieert van een galblaasverwijdering, een liesbreuk tot aan hartoperaties. Ook worden er grote oncologie-operaties uitgevoerd, waarbij soms tijdens de ingreep bestraling wordt uitgevoerd, ‘Al doen we niet veel kleine ingrepen, omdat we een gespecialiseerd ziekenhuis worden. We zijn op veel vlakken gespecialiseerd en doen ook robotchirurgie.’ Het ziekenhuis telt 21 operatiekamers waar in totaal honderdvijftig tot tweehonderd man personeel werkt. Het team waarin zij werkt, is redelijk vast, al wordt er ook veel met detacheerders gewerkt. ‘De mensen die ingehuurd worden, blijven een langere periode bij ons of komen vaak terug. Ik ken alle collega’s’, vertelt ze.

Vakbond FNV

In juli besloot ze lid te worden van het actiecomité in haar ziekenhuis. ‘Ik kan heel slecht tegen onrecht en dat werkgevers niet goed voor hun personeel zorgen’, zegt ze, duidend op de Vereniging van Nederlandse Ziekenhuizen, het overkoepelend orgaan voor alle ziekenhuizen in Nederland. ‘Daarvoor wil ik opstaan en vechten. Dan moet je ook bij de vakbond, die steunen jou en zorgen voor een goede CAO. Eigenlijk ben ik meteen lid geworden, dat is als een speer gegaan.’ Ze sloot zich aan als kaderlid bij FNV. Binnen een week kreeg ze de mogelijkheid om een mediatraining te volgen en lid te worden van een adviescommissie die bezig is met het bewerkstelligen van een nieuwe CAO.

Daarvoor wordt er actie gevoerd. Het ziekenhuis waar zij werkt, was een van de eerste ziekenhuizen die besloot om op een dag alleen zondagsdiensten te draaien. Voor de OK houdt dat in dat er alleen spoedoperaties worden uitgevoerd. ‘De afdelingen worden alleen bezet met mensen die op een zondag ook werken. Als je bijvoorbeeld op een zondag vier OK-assistentes beschikbaar hebt, zorgen wij ervoor dat dat die dag er ook zo is.’ Het aanwezige personeel gaat actie voeren, op verschillende manieren.

Ludieke acties

‘De laatste actiedag hebben we ervoor gezorgd dat mensen in het ziekenhuis op een leuke manier werden verwend, bijvoorbeeld door een plakje cake, een handmassage, noem maar op.’ Ook ging het personeel de straat op. ‘We gingen met z’n allen voor het ziekenhuis staan en zongen liedjes met een pakkende tekst voor de CAO.’ Een ludieke actie is dat ze zo snel mogelijk de bedden afhaalden en opmaakten. ‘De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen vindt dat we alles in zo kort mogelijke tijd moeten doen, anders levert het geen geld op. Daar hebben wij maar een race van gemaakt’, vertelt Miran. ‘Degenen die actie voerden, losten ook de collega’s die aan het werk waren, af, zodat zij het rustiger hadden. Op een normale werkdag is daar geen tijd voor.’

Hoge werkdruk

Dat de werkdruk hoog is, merkt Miran dagelijks. Ook op de OK is er veel krapte qua personeel en die is voorlopig nog niet voorbij. ‘We zitten nu middenin een piek, een periode van mensen die na de zomer op vakantie gaan. Daarnaast zijn er veel langdurig zieken. Bijna iedere operatieassistent heeft extra taken, maar bijna geen mogelijkheden om die uit te voeren.’ Voor Miran is dat het bijhouden van het elektronisch patiëntendossier. Ook voor de rest van het ziekenhuis geldt dat ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. ‘De uitstroom van collega’s is erg groot, de instroom minimaal. Het is een drama. De zorg is ook niet meer interessant voor nieuwe mensen, omdat wij geen marktconform salaris bieden en een slechte werk-privébalans hebben.’ Een voorbeeld daarvan zijn de zogenaamde bereikbaarheidsdiensten, die niet zijn meegenomen in haar arbeidscontract van 36 uur. Ze moet dan standby staan en binnen een tijdsbestek van half uur in het ziekenhuis zijn als er nood aan de man is. Dat is een lastige constructie, vertelt ze. ‘Voor ieder gewerkt uur in de bereikbaarheidsdienst krijg ik daar een vrije dag en een minimale financiële vergoeding (25 procent voor een doordeweekse avond, 50 procent voor een doordeweekse nacht) voor terug.’

Bereikbaarheidsdiensten

‘Ik vind het heel pittig om die bereikbaarheidsdiensten te draaien. Je kunt elk moment gebeld worden en dan moet je in het ziekenhuis zijn. Ik kies er persoonlijk wel voor om thuis te slapen, zodat ik de kans heb om mijn dochtertje te zien. Maar op zaterdag kan het zomaar zijn dat je twaalf uur niet van huis kan. Je kunt niks: geen boodschappen doen of mee naar de speeltuin. Ik vind het regelmatig erg moeilijk, die diensten hakken erin.’ Veel van haar collega’s kampen met slaapproblemen, omdat het werk zo stressvol is en omdat je vervelende casussen meemaakt. ‘Patiënten die komen te overlijden, dat gaat je niet in de koude kleren zitten.’

Als gevolg van de vele uren aan overwerk, stapelen de vakantiedagen zich op. Zo weet ze van een collega dat zij in plaats van de gebruikelijke vier weken vakantie, dertien weken vakantie heeft in te vullen als gevolg van overwerk.

Dertig procent

Miran en de rest van de actievoerders streven naar een salarisverhoging van vijf procent. Ze merkt dat het draagvlak ook groot is bij patiënten, die het personeel een hart onder de riem steken. ‘Op de dag zelf’, blikt ze terug op de vorige actiedag, ‘riepen alle patiënten die het ziekenhuis in kwamen: hoezo maar vijf? Jullie verdienen dertig procent. Wat fijn dat jullie eindelijk voor jezelf opkomen, jullie rennen de benen onder jullie kont vandaan. Wij komen hier altijd in een warm bad terecht.’ Ook vanuit de niet-actievoerende collega’s was er veel support. En zelfs de Raad van Bestuur heeft hun respect getoond van hoe gemoedelijk en patiëntvriendelijk de acties zijn verlopen.

Marktconform salaris

Toch hebben de vorige acties nog steeds niet geleid tot een nieuw CAO. Daarom staat er een nieuwe actie op stapel, al hoopt Miran dat de eisen die zij stellen, worden ingewilligd. ‘De actiebereidheid in ziekenhuizen is heel groot. Ik ben heel trots dat ik een van de zorgmedewerkers ben die zegt: tot hier en niet verder. Wij moeten gaan knallen en laten zien dat wij een marktconform salaris verdienen en dat de zorg aantrekkelijker wordt voor nieuwe collega’s. Alle beroepen binnen de zorg zijn prachtig, maar wij moeten ook onze boodschappen doen en de salarisverhoging gaat al jaren niet mee met de inflatie. De maatschappij gaat keigoed, bij ons wordt nog steeds gekort.’ Je moet onderaan beginnen: bij de mensen die aan het bed staan, vindt Miran, in plaats van te investeren in dure ICT-afdelingen. ‘We hopen dat de zorg aantrekkelijker wordt en dat mensen willen blijven, dat er een betere werk-privé balans komt en een betere financiële waardering op het moment dat je de ziekendienst over moet nemen. Ook willen wij meer rusttijden: acht uur, in plaats van zes uur, zodat we kunnen slapen en fris en fruitig in de operatiekamer staan.’

Heet onder de voeten

Ze heeft de hoop dat er wel iets begint te bewegen bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. ‘Het wordt groter en groter, wekelijks zijn er ziekenhuizen die zich aanmelden voor de acties. Ik heb het idee dat de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen het begint te voelen. Dat het ze heet onder de voeten wordt en dat ze schrikken van het feit dat de mensen in de zorg er klaar mee zijn.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

− 2 = 3