Bijzondere zorgverhalen: Hans (58) kreeg kanker en werkt nu op dezelfde oncologieafdeling

0
343

Als zorgverlener maak je mooie, maar ook ingrijpende gebeurtenissen mee. Stergevallen, ernstig zieke patiënten of mensen met een bijzonder verhaal of een andere gebeurtenis, die je bij blijft en vormt tot wie je bent, als beroepsprofessional en als persoon. De redactie van Vrijheid in de Zorg tekende deze ontroerende en bijzondere verhalen op. In deze aflevering doet Hans Streefkerk zijn verhaal. Hij en zijn vrouw werden beiden ernstig ziek en op de afdeling oncologie behandeld. Nu doet hij daar vrijwilligerswerk.

Darmkanker

Hans Streefkerk is aangenomen in het Maasstadziekenhuis, als gastheer op de afdeling oncologie. Hij moet nog een cursus volgen en 1 december begint zijn eerste werkdag. Hij heeft al mee gelopen en dat is hem goed bevallen, vertelt hij. Bijzonder is dat hij en zijn vrouw allebei daar hebben gelegen, op dezelfde afdeling. “Het begon allemaal met een oproep om mee te doen aan een bevolkingsonderzoek voor darmkanker”, vertelt hij. De uitslag was negatief: er bleek een gezwel in zijn darmen te zitten. Meteen werd hij doorgestuurd naar het ziekenhuis. ‘In die tijd kreeg ook mijn vrouw te horen dat ze kanker had, een lymfoom in haar maag.’

Borstkanker

Ze lagen eerst in twee verschillende ziekenhuizen, wat niet handig was voor familieleden en vrienden die hen kwamen opzoeken. De artsen bedachten daarvoor een oplossing: hij kon worden overgeplaatst. ‘Daarna heb ik een infectie gekregen aan mijn darmen en ben ik drie weken opgenomen in het ziekenhuis, mijn vrouw kort daarna. Ik heb bij elkaar bijna een maand op de intensive care gelegen’, vertelt Hans. ‘Dat was een heel moeilijke tijd. Daarna zijn we langzamerhand wat gaan opknappen thuis.’ De ellende was nog niet voorbij: niet lang daarna ontdekten artsen dat het knobbeltje op het borst van zijn vrouw, duidde op borstkanker. Om de kankercellen te stoppen, was er geen andere keuze dan het amputeren van een van haar borsten.

Zorg

Pas toen is hun leven in rustiger vaarwater terecht gekomen. ‘Ik ben gaan nadenken over wat ik wilde: terug naar mijn oude baan, bij de drukkerij, of iets anders gaan doen. Ik was toen 59 en dacht: die paar jaar houd ik nog wel vol. Maar toen we beide ernstig ziek werden, dacht ik er heel anders over. Misschien heb ik nog wat te betekenen voor de mensen op deze wereld. Ik wilde mijn werkbare jaren besteden aan iets wat ik echt leuk vond om te doen en zo kwam ik uit op de zorg. Ik wil graag voor andere mensen gaan zorgen.’

Gastheer

Op de afdeling oncologische revalidatie, zochten ze nog een gastheer. Toen hij daar binnenkwam, was dat wel even confronterend, vertelt Hans. ‘Ik had zoiets van: oké, en nu? Er kwamen allerlei herinneringen weer boven van de tijd dat ik daar zo hulpbehoevend gelegen heb. Het benauwde mij wel een beetje.’ Later sprak hij met verpleegkundigen en artsen, die blij waren om hem weer te zien en het leuk vonden dat hij dat werk ging gaan doen.

‘Het voelde als een warme deken. Toen was de keuze snel gemaakt: ik stopte met mijn oude baan en ging mij volledig richten op werken in de zorg’, vertelt Hans. In de eerste instantie richt hij zich op vrijwilligerswerk. Hij volgt een tweedaagse cursus over hoe je omgaat patiënten, hygiëne en veiligheid op de werkvloer. Hij hoopt dat er op termijn een betaalde baan uit voort zal vloeien en zit het vrijwilligerswerk als gastheer dan ook als een mooi opstapje, om weer te kunnen re-integreren. Maar hij blijft wel realistisch. ‘We zijn zo ziek geweest dat we met een paar uurtjes per week op kunnen gaan bouwen. Dat zullen er geen veertig meer worden, hooguit 32 uur.’ Zijn vrouw is terug gegaan naar haar oude baan als docente Nederlands.

Genieten van kleine dingen

Dat ze beiden zo ernstig ziek werden, heeft hun relatie veranderd. ‘We praten anders dan voorheen. Als je zo ernstig ziek wordt als mijn vrouw, heb je de dood voor ogen. We zijn anders over dingen gaan denken en doen: we genieten nu meer van het leven dan voor die tijd. Je moet opnieuw gaan genieten, vooral van kleine dingen, zoals een bloem in de tuin of dat het zonnetje schijnt.’

Toen hij meeliep op de afdeling, kreeg hij van veel mensen een glimlach. ‘Dan kon ik mensen een hart onder de riem steken. Als patiënt die hetzelfde heeft meegemaakt, kun je die ervaring min of meer overbrengen. Je hebt aan een half woord genoeg. Ik ben heel bang geweest voor de dood en was er heel slecht aan toe. Maar uiteindelijk hebben we het toch gered.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

+ 84 = 88