De welkom terug taart

0
909

Om kwart voor 8 loop ik de afdeling op. Ik hoor een geschreeuw vanuit de achterste kamer. Tussendoor hoor ik de woorden ‘au mijn arm!’ Ik versnel mijn pas en tref je aan in de deurpost op je billen. Dikke tranen lopen over je wangen. Ik kniel bij je neer ‘ och jee wat is er gebeurd?’ ‘ ik weet het niet auw auw het doet zo zeer en ik voel me zo raar.’ ‘ waar heeft u zich zeer gedaan? ‘ mijn arm!!’ Je arm ligt slap in je schoot. Ik vraag je de arm omhoog te doen maar dit lukt niet, ik raak je amper aan maar het doet je al verschrikkelijk veel pijn. Je trekt bleekjes weg. Ik laat je arm met rust en vraag of het lukt om te gaan staan. Maar je bent helemaal in paniek. Ik neem plaats op mijn knieën achter je en druk je hoofd voorzichtig naar achter tegen mij aan. ‘ ja, ja, dit is fijn’ je ontspant wat meer en ik krijg nu wat meer de mogelijkheid om je wat meer vragen te stellen. Ik zie dat je sokken aan hebt en vermoed dat je bent uit gegleden. ‘ bent u uitgegleden?’ ‘ ja, ja ik denk het, ik heb zoveel pijn auw’ ‘ doet alleen de arm pijn?’ ‘ ja alles doet pijn, mijn been mijn arm’ ‘ heeft U ook hoofdpijn?’ ‘ nee, nee auw mijn arm!’ Ook na wat praten en geruststellen blijft de pijn extreem. Dit is niet goed is wat ik denk. Ik bel de verpleegkundige met de vraag of ze direct bij ons wil komen, ik vertel dat ik vermoed dat je arm gebroken is en het niet lukt om je omhoog te krijgen. Ze kwam gelijk.

Met 3 man helpen we je omhoog. Je trekt bleek weg en geeft aan dat je je niet goed voelt in je hoofd. Ik doe de controles bij je terwijl de verpleegkundige de arts inschakelt. ‘ auw ik heb zo’n pijn blijf alsjeblieft bij mij! Ik vind het zo fijn dat je er bent!’ ‘ ik ga niet weg, ik blijf bij u, we wachten even op de arts en dan bel ik uw man’ ‘ auw het is gebroken! auw! Ja mijn man! En mijn ouders waar zijn mijn ouders! Auw! ‘ de pijn wordt niet minder en je bloeddruk is laag. De arts komt er aan en met z’n vieren leggen we je in bed. Arme vrouw.. je vergaat van de pijn! Het geschreeuw gaat door merg en been.. Gelukkig mag je morfine hebben. Terwijl jij in bed ligt en de arts de kamer verlaat bel ik je man met het verzoek bij je te komen. Binnen 20 min staat hij naast je bed. Dikke tranen lopen over je wangen wanneer je hem hoort, je bent zo blij hem te zien!. Ik vertel jullie wat er gaat gebeuren. ‘ de arts is net langs geweest, ik ga haar zo morfine geven zodat de extreme pijn wat afzakt. Daarna zal mevrouw naar het ziekenhuis moeten voor foto’s.’ ‘ och ook dat nog, ik heb zo’n pijn!’ Ik zie dat het voor je man ook wat teveel wordt. ‘ heeft u wel wat gegeten?’ ‘ ja ja maar ik moet even zitten ik wordt een beetje draaierig’ ‘ dat lijkt me goed, zal ik toch maar even een broodje voor u maken?’ ‘ ja dat is misschien wel een goed idee’ ik maak een broodje en toen werd de morfine ook al geleverd. ‘  je krijgt een prikje van mij, dit voelt even vervelend maar daarna zakt de pijn als het goed is wat af.’ ‘ nee! Auw mijn arm doet zo zeer!’ Ik vraag aan je man of hij jouw hand even wil vast houden. ‘ ja, dat is fijn!’ Ik geef je het prikje en even wordt je heel boos ‘ auw rot toch op! Ik heb zo’n pijn!’ Ik leg je nogmaals uit dat het prikje voor de pijn was. Je kalmeert een beetje maar de pijn blijft heftig. Ik laat jullie even alleen en adviseer om wat schone kleding mee te nemen.

Als het verwijsbriefje klaar is kom ik weer bij jullie. Je hebt nog steeds erg veel pijn. Al gauw is de ambulance er. Met veel pijn leggen we je op de brancard. Ik draag je aan het ambulancepersoneel over en wens jullie veel sterkte. Met dikke tranen en veel paniek verlaat jij de afdeling.

Even plof ik neer op de stoel, wat een pijn had jij! Wat een ochtend, wat een verdriet. Net op dat moment komt je dochter vol energie binnen gelopen. ‘ goedemorgen ligt mijn moeder nog op bed ik wou samen met haar gaan verven’ ‘ ik loop even met u mee de gang op’ ik vertel haar wat er gebeurt is, tegelijkertijd denk ik na over hoe we dit een volgende keer kunnen voorkomen en verzoek haar om antislipsokken mee te nemen bij het volgend bezoek. We praten over jouw zorg afwerende houding dat het soms erg lastig is maar we de sokken eventueel zouden kunnen proberen, kijken of je het accepteert deze aan te doen.

Om half 3 ben je alweer terug, je boven arm is inderdaad gebroken. Nog steeds ben je erg in paniek, de tranen lopen over je wangen. Ik vraag je op de bank te komen zitten, je man blijft nog even bij je en slaat zijn arm om je heen je legt je hoofd tegen hem aan en zoekt troost. We maken voor jullie beide nogmaals een broodje. En nadien bieden we jullie een stukje zelfgemaakte monchoutaart aan. We noemen het maar de ‘ welkom terug taart’. Gelukkig kan er ondanks de pijn weer een klein lachje af.

Door: Monique

LAAT EEN REACTIE ACHTER

11 − 9 =