Roddelen op de werkvloer (2) “Ik wil voor mensen zorgen, in plaats van mij druk maken om roddelende collega’s die mij in een kwaad daglicht zetten”

0
2978

We roddelen heel wat af op de werkvloer. Die collega die wat anders gekleed is, de leidinggevende die de laatste tijd wat gepikeerd reageert. Al snel gaat de geruchtmachine draaien. Zou er iets spelen in de privésfeer? In het vorige deel gaf een coach tips om roddelen op de werkvloer aan te pakken. In het tweede deel vertellen VIG’er Mariska en Truus, die beide het mikpunt waren van roddelen, wat voor impact het had op hun leven en werk.

Mariska werkte als verzorgende IG op de PG-afdeling van een toren met vier etages, waar ‘gigantisch geroddeld werd’. Al vanaf haar eerste werkdag hing er een roddelachtige sfeer, er werd gesproken over collega’s achter hun rug om. ‘Via via hoorde ik dat het over mij ging. Ik ben een tijdje uitgevallen; toen kreeg ik de vraag of ik zwanger was, van iemand die boven in de toren werkte.’ De roddels vonden hun weg door de toren, van beneden naar boven, vertelt ze. Ze weet niet of zij alleen het onderwerp was, of dat er meerdere collega’s de dupe waren. ‘Ik ben er zelf niet bij geweest. Was het maar waar, dan had ik er wat van gezegd.’

Als ze met een collega samenwerkte, ving ze wel eens wat op. Het viel haar op dat er oordelend over een andere collega’ werd gesproken. ‘Of tijdens pauzes. Als iemand het onderwerp aansnijdt, doet iedereen even mee.’ Mariska probeerde zich af te sluiten voor de gesprekken waarin mensen in een kwaad daglicht werden gezet, omdat ze zelf had ervaren hoe vervelend het was. Dat hielp niet, het roddelen was hardnekkig en ingebed in de organisatiecultuur. Telkens stak het de kop op.

Uit de zorg vertrekken

Op een gegeven moment kreeg ze er genoeg van en zette de stap naar haar leidinggevende. ‘Ik liep op eieren. Je gaat met tegenzin naar je werk en denkt na over alles wat je zegt en doet’, vertelt ze. ‘Het ging zelfs zo ver dat ik ging nadenken over wat ik tegen een bewoner ging zeggen.’ Het gesprek met haar leidinggevende had geen effect. Dat was het moment waarop Mariska voor zichzelf een grens trok: tot hier en niet verder. Ze ging solliciteren naar een baan buiten de zorg. Wat ook meespeelde in die beslissing, is dat ze met burn-out klachten kampte, waar geen begrip voor was.

‘Toen heb ik ervoor gekozen om helemaal uit de zorg te vertrekken’, vertelt ze. ‘Ik heb mijn ontslag ingediend en nergens ook maar een fractie van een seconde gevoeld dat ze het jammer vonden dat ik wegging.’ Ze vroeg of ze eerder kon vertrekken, dat was mogelijk door vrije dagen in te zetten. ‘Toen had ik nog maar drie diensten openstaan en ging het echt heel snel.’ Vrijwilligers en gastvrouwen vonden het jammer dat ze vertrok, van directe collega’s kreeg ze er vooral vragen over. ‘Ze waren verbaasd over mijn ontslag. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik er geen energie in heb gestoken er wat van te zeggen. Ik zei: ik ga de discussie niet aan, ik ben hier voor de mensen en niet alleen voor jullie.’

Voor Mariska was het haar eerste ervaring met roddelen op de werkvloer. ‘Ik heb nog nooit eerder zo’n ervaring gehad. Ik ben hier begonnen als gediplomeerd verzorgende IG. Je merkt wel het verschil tussen als je leerling bent of gediplomeerd bent, maar niet op deze manier. Je kon vaak de rotklusjes opknappen, maar dat hoort erbij.’ Ze verwachtte dat ze meer waardering zou krijgen, toen ze eenmaal het papiertje in handen had, maar dat viel tegen.

Burn-out klachten

De impact van het roddelen is fors geweest, vertelt ze. ‘Door de hele situatie heb ik burn-out klachten gekregen. Ik was moe, voelde me constant opgejaagd en had hoofdpijn. Ik kreeg ook lichamelijke klachten, zoals last van mijn rug en benen.’

Ze neemt het haar leidinggevende kwalijk dat zij nooit actie heeft ondernomen om het roddelen een halt toe te roepen. ‘Ze had geen zin om er energie in te steken’, vermoed ze. ‘Ze liet het maar gebeuren. Ik weet wel dat een collega van de bovenkant van de toren naar beneden is gegaan, omdat het niet boterde met een andere collega’s, maar zij is niet vertrokken.’

Nu heeft ze haar oude bijbaan terug, in een supermarkt. Ze is net begonnen als caissière, maar het streven is dat ze toewerkt naar een all round functie. Voor nu lijkt het een goede keuze. ‘Ik heb het erg naar mijn zin. Direct al met het sollicitatiegesprek, merkte ik dat de sfeer zo anders was. Natuurlijk mis ik de bewoners en spookt regelmatig door mijn hoofd: hoe zal het met ze zijn? Maar dat weegt niet op tegen de voordelen die ik ervaar.’

Roddelen in de thuiszorg

Ook Truus, die bij een thuiszorgorganisatie werkt, heeft ervaring met roddelen. De problemen begonnen toen ze van team ging wisselen, omdat ze dichter bij huis wilde werken, zodat ze op de fiets naar haar cliënten kon gaan. ‘Daar kom je dan, in zo’n gevestigd team waarin iedereen elkaar kent. Er was geen overdracht. Vanaf dag 1 was het een kwestie van: hier heb je je route en succes ermee.’ Ze ging aan de slag, een beetje onzeker, omdat ze cliënten niet kende en zonder instructies op pad was gestuurd. ‘Ik was bij iemand geweest en was daar nog geen tien minuten weg, toen ik een telefoontje van een collega kreeg. Ze kwam met allerlei verwijten van wat ik niet gedaan had. Dus het eerste contact liep al niet lekker’, vertelt Truus.

Al snel kwam ze erachter wat voor persoon die collega was en welke impact zij had op het hele team. ‘Ze zette alles naar haar eigen hand, als een soort koningin van het team. Ik heb de leidinggevende erop aangesproken dat er geroddeld werd. Als cliënten weten waar ik woon, of ik wel of niet in het weekend wil werken, dan moet je daar iets mee’, vindt Truus. ‘Ik vind dat echt niet kunnen.’ Tot haar teleurstelling werd er niets met de feedback gedaan. ‘Toen heb ik mijn conclusies getrokken en ben eruit gestapt.’

Rol van leidinggevende

De leidinggevende speelt een belangrijke rol in het voorkomen van roddels, denkt Truus. ‘Een leidinggevende is niet voor niets een leidinggevende. Als hij signalen krijgt dat het niet goed gaat, moet hij of zij er iets mee doen. Je hoeft niet meteen harde acties op touw te zetten, maar wel de signalen serieus nemen, bijvoorbeeld door de personen om wie het gaat, op het matje te roepen.’

Het gevolg voor Truus was dat ze zich niet meer veilig voelde op haar werk, vanwege de sfeer. Ze ging het kantoor mijden en kwam er alleen als het echt noodzakelijk was. De kantoorwerkzaamheden deed ze het liefst vanuit huis. Nu heeft ze de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Na vijftig jaar in de zorg te hebben gewerkt, is het voor haar voldoende. ‘Voor mensen zorgen is wat ik wil, niet mij druk maken om roddelende collega’s die mij in een kwaad daglicht zetten.’

Rust

Het is jammer dat ze op zo’n manier haar loopbaan in de zorg moest afsluiten, vindt ze. ‘Maar ik vind mezelf belangrijker. Ik werk ook om een stukje plezier aan de mensen te kunnen geven. Als dat af wordt genomen, heb ik er geen zin meer in. Ook heb ik de leeftijd bereikt dat ergens anders werken of een omscholing doen, niet meer aan de orde is. Het was even moeilijk, maar ik ben blij dat ik de beslissing genomen heb. Ik heb veel meer rust in mijn lijf en hoofd. De druk is eraf.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

39 − 37 =