Agressie tegen zorgverleners: “Door een bewoner ben ik totaal onverwachts bij mijn keel gegrepen”

0
3325

Agressie en geweld: net als in veel andere dienstverlenende beroepen, worden ook zorgmedewerkers daar regelmatig mee geconfronteerd. Uitschelden, maar ook schoppen, slaan of dreigen: je moet sterk in je schoenen staan om op een adequate manier mee om te gaan. Drie zorgmedewerkers vertellen over de incidenten die de meeste impact op hen hebben gehad en hoe ze daarmee om zijn gegaan.

Mirjam Veenstra (43) werkt sinds zes jaar in de ouderenzorg, op een PG afdeling. Ze heeft lang in de gehandicaptenzorg gewerkt, maar op een gegeven moment de switch gemaakt richting ouderenzorg. Daar heeft ze een ingrijpend incident meegemaakt, vertelt ze. “Door een bewoner ben ik totaal onverwachts bij mijn keel gegrepen en tegen het raamkozijn geduwd. Dat is wel het meest intieme waar iemand je kan pakken. Ik had een mevrouw met een rollator naar het toilet gebracht en wilde haar terug brengen. Ineens, onverwachts, ging er een knop bij de man om. Hij ging tussen mij en de vrouw instaan en greep mij bij mijn keel.”

Ze heeft zich kunnen los wrikken, terwijl de vrouw op de grond lag. Snel moest ze keuzes maken: “Kies ik voor mijn eigen veiligheid? Maar ik heb ook een zorgplicht naar de bewoners toe. Ik zag dat de man wat afstand nam, toen heb ik geprobeerd de vrouw overeind te helpen. Als door een godswonder kwam daarna zijn dochter op visite. Die heeft hem met veel moeite naar zijn kamer gebracht.”

Kwetsbaar

Toen de rust weer was teruggekeerd op de afdeling, daalde bij Mirjam het besef in van wat er zojuist gebeurd was. “Er kwam van alles los qua emoties. Als iemand je bij je keel grijpt, ben je zo kwetsbaar. Ik voelde vooral angst, omdat iemand mij zo beklemmend had vastgepakt. Later was er onzekerheid. Heb ik het goed gedaan? Wat gaat er de volgende keer gebeuren? Ik was het vertrouwen in mezelf kwijt.”

Op haar werk is ze goed opgevangen. De bedrijfsarts was in huis, dus ze kon gelijk met hem in gesprek over deze gebeurtenis. Het werken heeft ze vervolgens rustig opgebouwd en met haar eerste dienst op een andere woning gestaan. Lichamelijk gezien hield ze er ook gevolgen aan over. “De huisarts zei dat je het kunt vergelijken met een lichte whiplash. Voor mijn nek ben ik onder behandeling geweest bij de fysio. Met lange stukken autorijden of veel achter de computer zitten, begint het op te spelen.”

Ook psychisch gezien heeft dit incident er ingehakt. “Je weet dat er risico’s zijn aan het vak, maar hier was ik niet op voorbereid. Ik ben meer op mijn hoede, met name bij mannen, en zou eerder een stapje terug doen dan mijn collega’s. Ik zie het als onderdeel van het beroep, ik denk dat we dit steeds vaker tegen zullen komen, ook vanuit de visie dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Ze gaan sneller achteruit, waardoor wij de zwaardere gevallen binnen krijgen. Het gedrag is daar ook onderdeel van.” In de zorgorganisatie is er nu ook aandacht voor. Zo moesten alle medewerkers deelnemen aan een training ‘escalatie, de-escalatie’. Mirjam: “Als ik die training eerder had gehad, had ik toch anders in de situatie gestaan. In het he

etst van de strijd ga je andere dingen doen.”

Inhakken op andere bewoner

Tessa Wapstra (40) heeft regelmatig te maken met agressie, in het verpleeghuis voor dementerende ouderen waar ze werkt. “In de loop van de tijd heb ik steeds vaker te maken gehad met agressie. Dat is niet meer op twee handen te tellen, al is het ene incident minder heftig dan het andere.” Ze kan wel tegen een stootje en heeft zich erop ingesteld dat bewoners die dementerend zijn, kunnen bijten, krabben, schoppen of slaan, omdat ze niet op een andere manier kunnen communiceren. Maar dit keer was het anders, vertelt ze. “Ik kwam de huiskamer binnen en zag daar een bewoner staan, met een stoel boven zijn hoofd. Daarmee wilde hij op een andere bewoner inhakken.” Paniek, was haar eerste reactie. “Je wilt de andere bewoners beschermen. Ik heb gelijk collega’s ingeschakeld, die al snel kwamen. Met drie man sterk hebben we met veel moeite de man uit de huiskamer proberen te halen.”

Pas later kwam de klap. “Op dat moment zit je vol in de adrenaline. Vraag me niet hoe, maar ik heb zelfs nog mijn dienst afgemaakt. Maar toen ik die keer erna op het werk kwam, brak ik helemaal. Ik barstte in tranen uit. Ik heb mijn man opgebeld om het te delen, en ben naar huis gegaan.”

Normaal gesproken gaat ze door met werken, na een geweldsincident, maar deze was zo heftig dat dat niet meer ging. Ze heeft een aantal dagen thuis gezeten.“Je voelt je helemaal ontregeld, dat kan ik mij nog het beste herinneren. Al je energie is uit je, je functioneert even niet meer.” De bewoner om wie het ging, werd tijdelijk naar een psychiatrisch ziekenhuis overgeplaatst, om goed te worden ingesteld op medicatie.

Toen Tessa voor het eerst weer aan het werk ging, had ze een ‘heel zwaar gevoel’. “Alleen al dat gebouw… Maar toen ik begon met werken, pakte ik de draad ook wel snel op.” Ze merkt dat ze sneller ontregeld is als er sprake is van agressie of geweld. Ook pikt ze eerder de signalen op, die haar collega’s wel eens over het hoofd zien. Er zijn periodes geweest dat ze het plezier in haar werk kwijt was. “Dan dacht ik: wil ik dit nog wel blijven doen? Maar dan is er toch weer genoeg wat het werk zo leuk maakt. Het is een fase, dat gevoel ebt weg.”

Rustige aanpak

Ook Damla Erceylan (27) heeft op haar werk, als Verzorgende IG’er in een verpleeghuis voor dementerende ouderen, te maken met agressie. “Dat kan zich uiten in de vorm van schelden, slaan, schoppen, bijten, krabben het spugen. Het is niet leuk als je er dagelijks mee te maken hebt. Op een gegeven moment ben je er klaar mee”, zegt ze. Ze bespreekt het dan met de arts en psycholoog, die kalmerende medicatie kunnen voorschrijven. Steeds weer moet ze een afweging maken: grijpt ze wel of niet in? “Je eigen veiligheid gaat voor, maar die van andere cliënten ook. Je moet op tijd ingrijpen, maar soms lukt dat niet, omdat een collega bezig is met een andere cliënt.”

Inmiddels heeft ze haar eigen manier gevonden om ermee om te gaan. Als ze merkt dat bewoners onrustig worden, bijvoorbeeld rondom de wisseling van dienst, dan neemt ze de tijd om een praatje te maken, zodat ze ontspannen worden. Die rustige aanpak werkt goed, is haar ervaring. “Maar veel ander personeel pakt het niet goed aan. Ze pakken de agressieve cliënt heel hard aan, door hem mee te sleuren naar de kamer of boos aan te spreken. Maar je moet juist iemand heel rustig benaderen, al lukt dat niet altijd door onderbezetting.”

Op sommige momenten is ze de agressie zo zat, dat het haar werkplezier ontneemt. Ze is zich aan het oriënteren om hogerop te komen, als leidinggevende. “Dan sta ik niet meer één-op-één in contact met cliënten, maar stuur ik een team aan.”

Dit was deel 1 van het tweeluik over agressie en geweld tegen zorgpersoneel. In het volgende deel komen deskundigen aan het woord. Is agressie in de zorg te voorkomen? Welke gevolgen heeft het en hoe kun je er het beste mee omgaan?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

+ 76 = 82